Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een taakstraf van 24 uur subsidiair 12 dagen hechtenis wegens het vernielen van een ruit aan een woning van Woningstichting Woningbelang. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en het tenlastegelegde bewezen verklaard dat verdachte op 25 april 2021 te Valkenswaard opzettelijk en wederrechtelijk een ruit heeft vernield.
Het bewijs berust op verklaringen van getuigen, waaronder een servicemonteur van Woningbelang, een getuige die verdachte op een scooter zag en hoorde zeggen dat hij het raam had ingegooid, en het telefoongesprek tussen verdachte en de bewoonster van de woning waarin verdachte dreigde de ruiten kapot te maken. Verdachte ontkende het feit, maar het hof verwierp dit verweer op grond van de samenhang van de bewijsmiddelen.
Het hof hield rekening met de ernst van het feit, de overlast en schade veroorzaakt aan de woningbouwvereniging en de relatie met de bewoonster. Verdachte had een strafblad met eerdere veroordelingen voor vernieling, mishandeling, bedreiging en belaging. Het hof achtte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken passend en gelastte tevens de tenuitvoerlegging van twee eerdere voorwaardelijke gevangenisstraffen van twee weken en twee maanden.
De vorderingen tot tenuitvoerlegging van deze eerdere straffen werden toegewezen omdat verdachte zich tijdens de proeftijd opnieuw schuldig had gemaakt aan een strafbaar feit. Het hof verwierp het verzoek van verdachte om de tenuitvoerlegging niet toe te staan vanwege disproportionaliteit.
Het arrest is gewezen door mr. A.J. Henzen, mr. N.I.B.M. Buljevic en mr. C.A. van Roosmalen en uitgesproken op 23 maart 2022.