Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
duurzaamin de zin zoals door de Hoge Raad overwogen.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen zijn gescheiden ouders van drie minderjarige kinderen met hoofdverblijf bij de moeder. De rechtbank had de kinderalimentatie aangepast op basis van gewijzigde omstandigheden en het inkomen van de vader. De moeder ging in hoger beroep tegen de vastgestelde draagkracht van de vader, stellende dat het inkomensverlies verwijtbaar was en dat de vader onvoldoende inspanningen had verricht om nieuw werk te vinden.
Het hof oordeelt dat de arbeidsovereenkomst van de vader van bepaalde tijd was en rechtsgeldig eindigde, waardoor geen verwijt kan worden gemaakt van het inkomensverlies. De vader heeft zich ziek gemeld en is vrijgesteld van sollicitatieplicht, waardoor het inkomensverlies niet voor herstel vatbaar is. Het hof bevestigt het gebruik van forfaitaire woonlasten en hanteert de draagkrachtformule zoals door de rechtbank toegepast.
Verder houdt het hof rekening met een beslaglegging op het inkomen van de vader, waardoor hij vanaf 1 januari 2021 geen draagkracht meer heeft voor kinderalimentatie. Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank voor dat tijdstip en stelt de alimentatie op nihil. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt met ingang van 1 januari 2021 op nihil gesteld wegens het ontbreken van draagkracht door ziekte en beslag op het inkomen.