ECLI:NL:GHSHE:2022:1137
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie: vaststelling bijdrage verzorging en opvoeding
In deze zaak heeft de man hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant waarin hij werd veroordeeld tot betaling van €217,75 per maand aan kinderalimentatie voor zijn minderjarige kind. De man verzocht primair om nihil bijdrage, subsidiair om een lagere bijdrage van €20 per maand.
Het hof heeft de feiten vastgesteld waaronder dat partijen niet in gezinsverband hebben samengewoond, en dat 2016 als referentiejaar geldt voor de vaststelling van de behoefte van het kind. De behoefte werd vastgesteld op €279 per maand, waarbij de draagkracht van de vrouw op €25 werd vastgesteld en die van de man op €254. De man had onvoldoende inzicht gegeven in zijn financiële situatie en kon zijn draagkracht niet aannemelijk maken.
De zorgkorting werd vastgesteld op 15%, wat neerkomt op €41,85, en volledig in mindering gebracht op de bijdrage van de man. Het hof bepaalde dat de man vanaf 5 maart 2021 maandelijks €212,15 aan de vrouw moet betalen. Het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring werd ingetrokken en niet-ontvankelijk verklaard. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd.
Deze beslissing weerspiegelt een zorgvuldige weging van de financiële situatie van beide ouders en de behoefte van het kind, waarbij het hof de wettelijke kaders van artikel 1:402 BW Pro toepaste.
Uitkomst: De man moet vanaf 5 maart 2021 een bijdrage van €212,15 per maand betalen voor de verzorging en opvoeding van het kind.