ECLI:NL:GHSHE:2022:1196
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak valsheid in geschrift wegens onvoldoende bewijs
In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, waarbij verdachte werd veroordeeld voor valsheid in geschrift, heeft het hof het vonnis vernietigd en verdachte vrijgesproken van het onder 4 tenlastegelegde. De zaak betrof een brief waarin verdachte zou hebben vermeld dat hij €10.000 had ontvangen, terwijl in werkelijkheid €60.000 was ontvangen.
De verdachte stelde dat er twee brieven waren gestuurd: één namens hemzelf over een betaling van €10.000 en één namens een BV over een lening van €24.000. De verdediging overlegde een brief van de BV waarin deze uitleg werd gegeven. Verder bevestigde een brief van de advocaat van de benadeelde dat de betalingen terugbetalingen van leningen waren, waarna de zaak werd geseponeerd.
Hoewel er nog vragen blijven over de overschrijvingen van in totaal €34.000 van de bankrekening van de benadeelde naar rekeningen van de verdachte en een BV, oordeelde het hof dat de bewijslast voor valsheid in geschrift niet was gehaald. De verdachte werd daarom vrijgesproken. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd in hoger beroep niet meer behandeld.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van valsheid in geschrift wegens onvoldoende bewijs.