Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] ,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar zoon, minderjarige 1, die sinds 2019 onder toezicht staat van de gecertificeerde instelling (GI). De rechtbank had de uithuisplaatsing verlengd tot 29 oktober 2022, terwijl de moeder vindt dat zij voldoende stabiel is en de hulpverlening toereikend om haar zoon terug te nemen.
De GI stelt dat de gedragsproblematiek van minderjarige 1 en zijn lage IQ een intensieve behandeling vereisen die nog niet voldoende is ingezet. De moeder en GI verschillen van inzicht over de mate van hulpverlening en de thuissituatie. De minderjarige zelf wil graag terug naar huis.
Het hof overweegt dat de intensieve behandeling noodzakelijk is en dat het ontbreken daarvan mede door communicatieproblemen tussen GI en hulpverleners de terugkeer vertraagt. Daarom verkort het hof de machtiging tot uithuisplaatsing tot 1 juli 2022 om de hulpverlening te bespoedigen en de motivatie van ouders en kind te versterken. Na die datum wijst het hof de verlenging af, tenzij de hulpverlening alsnog niet toereikend blijkt.
De beschikking van de rechtbank wordt voor het overige bekrachtigd en is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De duur van de uithuisplaatsing wordt verkort tot 1 juli 2022 en de verlenging daarna wordt afgewezen.