Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de rechthebbende, bijgestaan door mr. Hendriks;
- mr. Den Besten.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van de kantonrechter Limburg, zittingsplaats Maastricht, die het verzoek tot opheffing van het meerderjarigenbewind heeft afgewezen. De rechthebbende stelt dat zijn situatie is gewijzigd en dat hij in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen zelf te behartigen, mede met hulp uit zijn netwerk. Tevens klaagt hij over gebrekkige communicatie en onrechtmatige vertegenwoordiging door de bewindvoerders.
De bewindvoerders betwisten de gewijzigde omstandigheden en benadrukken dat het bewind noodzakelijk blijft vanwege problematische schulden en een lichamelijke of geestelijke toestand die zelfstandig beheer belemmert. Ook wijzen zij op het ontbreken van bewijs voor het netwerk van hulpverleners dat de rechthebbende noemt.
Het hof oordeelt dat de rechthebbende onvoldoende heeft onderbouwd dat hij zijn financiën zelfstandig kan beheren. Hij is niet op de hoogte van zijn schuldenpositie, vaste lasten en arbeidsongeschiktheidsuitkering en weigert mee te werken aan een schuldregeling. De communicatieproblemen met de bewindvoerders zijn erkend maar vormen geen reden voor opheffing van het bewind. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en wijst het verzoek af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot opheffing van het meerderjarigenbewind wegens onvoldoende onderbouwing van herstel.