Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/337522 / HA ZA 18-567)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven tevens eiswijziging met producties;
- de memorie van antwoord in principaal appel tevens memorie van grieven in incidenteel appel met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel met producties;
- de mondelinge behandeling, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de bij H3 formulier namens [X] toegezonden producties, die deze tijdens de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht.
3.De beoordeling
Na de omzetting van renteswap 9 had [X] de volgende renteswaps bij Van Lanschot lopen (vermeld in de volgorde van einddatum):
Het doel van een renteswap is, zo heb ik het in ieder geval altijd van Van Lanschot begrepen, om een variabele rente te fixeren. Ook om die reden is een renteverhoging tijdens de looptijd van de aan de geldlening gekoppelde renteswap niet toegestaan. Door het verkopen van een renteswap heeft Van Lanschot Bankiers ook haar eigen opslag gefixeerd, anders is mij toen een ondeugdelijk c.q. een onjuist product verkocht. Indien u hieraan voorbij gaat dan wordt naar mijn mening onzorgvuldig omgegaan met uw zorgplicht jegens mij, zeker als particulier zijnde.”
[X] ( [X] ; hof) heeft van andere banken begrepen dat een bank, dus ook VLB (Van Lanschot; hof), sowieso 1% van de totale swap verdient bij het afsluiten van een swap en haalt hierbij aan dat naar zijn mening VLB te makkelijk over de zorgplicht van de bank heen stapt, immers: hij is een particulier, waarbij hem altijd door VLB verteld is dat het renterisico hiermee volledig is afgedekt!”
Door [X] wordt hierbij aangegeven dat VLB vanaf het begin altijd nauw betrokken is geweest en dit nu de eerste keer is dat hij op de risico’s wordt gewezen zoals die nu door VLB worden genoemd. Zo is de overheveling toentertijd van de box 1 panden van zakelijk naar privé in nauw overleg met VLB geschied en wordt hem dit nu min of meer voor de voeten geworpen.”
plain vanilla) renteswaps waarvan hem als deskundige, ervaren en bedrijfsmatige vastgoedbelegger de werking, risico’s en kenmerken bekend en helder waren. Relevant is de vraag in hoeverre het betreffende rentederivaat voor de betreffende klant complex was. De complexiteit van de renteswaps was voor [X] beperkt.
in welke matede eigen ervaring van [X] met renteswaps en financieringen van belang is voor de omvang van de op Van Lanschot rustende zorgplicht. Die kwestie stelt Van Lanschot aan de orde met haar incidentele grief 7. Zij voert aan, samengevat, dat zij wat de rechtbank hierover in rechtsoverweging 5.10 overweegt aldus begrijpt dat Van Lanschot er slechts vanuit mocht gaan dat [X] begreep dat hij met een renteswap zijn renterisico afdekt en dat hij dan niet meer van een dalende rente kan profiteren. Op basis van de kennis van [X] is dat veel te beperkt, zo stelt Van Lanschot. Niet nodig is dat [X] bekend was met alle risico’s. Het gaat om de risico’s die redelijkerwijs relevant zijn voor het nemen van een beslissing om wel of niet een renteswap af te sluiten. Gelet op zijn eerdere ervaring met vastgoedfinancieringen en de ABN Amro renteswaps, zoals door Van Lanschot nader toegelicht in de onderdelen 2.1, 2.2 en 13.3 van de memorie van antwoord in principaal appel tevens memorie van grieven in incidenteel appel, was [X] bekend met het kenmerk dat voortijdige beëindiging van een renteswap kan leiden tot de verplichting de negatieve marktwaarde te betalen, aldus nog steeds Van Lanschot.
payerswap, waarop Van Lanschot ingaat, maakt dat niet anders. Ook de van ABN Amro afkomstige en aan [X] gerichte e-mail van 26 september 2006 (productie 12 Van Lanschot) voldoet niet, omdat die evenmin concreet ingaat op de specifieke bijzonderheden en risico’s van een met renteswaps opgezette financieringsconstructie. De strekking ervan is continuering van die constructie met het advies om een bepaalde swap te vervangen door nieuwe swaps. Een concrete bespreking van aan dergelijke constructies verbonden bijzonderheden en mitsen en maren is er niet in te vinden. De door Van Lanschot beschreven ervaring van [X] met de ABN Amro renteswaps kan daarom niet afdoen aan de zorgplicht van Van Lanschot om, toen [X] naar haar overstapte en met haar renteswaps aanging, [X] concreet te informeren over en voldoende indringend te waarschuwen voor de specifieke bijzonderheden en risico’s van met renteswaps opgezette financieringsconstructies.
ofVan Lanschot tegenover [X] haar zorgplicht heeft geschonden en strekt zij het verst. Pas als het antwoord op die vraag bevestigend luidt, wordt van belang
in hoeverre- anders gezegd: ten aanzien van welke risico’s - Van Lanschot al dan niet haar zorgplicht tegenover [X] heeft geschonden. Op die kwestie hebben de principale grieven IV, V, VI, VII, VIII, IX en X betrekking, zo begrijpt het hof.
overhedge) bij verkoop van de beleggingspanden;
overhedgebij verkoop van beleggingspanden al behoort tot de risico’s waarover de rechtbank in rechtsoverweging 5.14 oordeelt dat Van Lanschot ten aanzien daarvan haar zorgplicht heeft geschonden. [X] heeft daarom geen belang bij deze grief.