ECLI:NL:GHSHE:2022:1294
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag over minderjarige wegens bedreiging ontwikkeling
Deze zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant die het ouderlijk gezag van de moeder en vader over de minderjarige beëindigde en de gecertificeerde instelling tot voogd benoemde.
De minderjarige is sinds 2019 onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst in een pleeggezin vanwege zorgen over de opvoedingssituatie, waaronder middelengebruik van de ouders en problematische verstandhouding. De moeder betwistte de beëindiging van haar gezag en voerde aan dat haar situatie stabiel genoeg is en dat beëindiging onnodig is.
De raad en de gecertificeerde instelling stelden dat de moeder onvoldoende stabiel is, nog drugs gebruikt en niet in staat is de zorg en opvoeding binnen een aanvaardbare termijn op zich te nemen. De minderjarige heeft bovendien forse gedragsproblematiek en specifieke opvoedbehoeften.
Het hof oordeelt dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd indien het gezag van de moeder voortduurt en dat de aanvaardbare termijn voor herstel is verstreken. De pleegouders bieden een stabiele omgeving die aansluit bij de behoeften van het kind. Het belang van de minderjarige weegt zwaarder dan dat van de moeder, zodat het gezag van de moeder terecht wordt beëindigd.
De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en de proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder over de minderjarige wegens ernstige bedreiging van haar ontwikkeling en instabiliteit van de moeder.