ECLI:NL:GHSHE:2022:1307
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging weigering toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en psychosociale problematiek
Appellante verzocht de rechtbank om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een totale schuldenlast van €68.751,29, waaronder een aanzienlijke schuld aan het UWV. De rechtbank wees dit verzoek af omdat appellante niet te goeder trouw zou zijn geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar schulden te goeder trouw zijn ontstaan en dat haar ziekte en psychosociale problematiek onvoldoende zijn meegewogen. Zij stelde dat zij het UWV had geïnformeerd over haar inkomsten en dat het UWV zelf verantwoordelijk was voor de terugvordering. Tevens deed zij een beroep op de hardheidsclausule.
Het hof oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar psychosociale problemen beheersbaar waren, zoals vereist volgens de beoordelingscriteria voor toelating. Daarnaast waren de schulden aan het UWV en de Belastingdienst vermoedelijk niet te goeder trouw ontstaan. Het beroep op de hardheidsclausule faalde omdat niet aan de voorwaarden van artikel 288 lid 1 sub c Fw Pro werd voldaan. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de weigering van toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens het ontbreken van goede trouw en ernstige psychosociale problematiek.