Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[bewindvoerder 2], vennoten van [kantoor] , in hun hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [de moeder] ,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De moeder, die sinds juli 2021 in een instelling verblijft, is onder bewind en mentorschap gesteld vanwege haar verminderde geestelijke en lichamelijke toestand. De zoon die in hoger beroep kwam, betwistte de noodzaak hiervan en stelde dat de moeder haar belangen zelf kan behartigen, mede omdat het neuropsychologisch onderzoek een tijdelijke situatie zou betreffen. Het hof oordeelt echter dat de moeder cognitieve beperkingen heeft die haar vermogen om haar belangen te behartigen ernstig beperken.
De familieverhoudingen zijn verstoord, met fundamentele meningsverschillen tussen de kinderen over de zorg en financiële afwikkeling van de moeder. Dit leidt tot spanningen die het belang van de moeder schaden. Het hof stelt dat het bewind en mentorschap juist rust brengen en de belangen van de moeder beschermen.
De zoon voerde aan dat het bewind nadelige gevolgen heeft voor de vennootschap onder firma (vof) waarin moeder en zoon vennoten zijn, maar het hof acht dit een uitvoeringsprobleem dat door de bewindvoerder moet worden opgelost. Er zijn geen zwaarwegende redenen om het bewind te beëindigen of een andere bewindvoerder te benoemen.
Het hof bekrachtigt daarom de beschikkingen van de rechtbank Oost-Brabant van 6 mei 2021 die het bewind en mentorschap instelden, waarmee de belangen van de moeder worden beschermd ondanks de familiale conflicten en praktische problemen rond de vof.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het bewind en mentorschap ten behoeve van de moeder vanwege haar beperkte wilsbekwaamheid en verstoorde familieverhoudingen.