Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een minderjarige die sinds 2018 onder toezicht staat van een gecertificeerde instelling en sinds 2019 uit huis is geplaatst. De moeder, die het eenhoofdig gezag heeft, is in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.
De moeder stelt dat zij onvoldoende is gehoord en vraagt om beëindiging van de ondertoezichtstelling om te kunnen laten zien dat zij goed voor haar kind kan zorgen. De gecertificeerde instelling betoogt dat de moeder niet kan voorzien in de noodzakelijke structuur, duidelijkheid en grenzen die de minderjarige nodig heeft, mede door haar eigen problematiek en beperkte leerbaarheid.
Het hof overweegt dat aan de wettelijke vereisten voor verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing is voldaan. De minderjarige heeft ernstige ontwikkelingsbedreigingen en heeft professionele opvoeders in het gezinshuis nodig. Het contact tussen moeder en kind is goed en moet worden behouden, waarbij de omgang duidelijk en ruim van tevoren moet worden vastgelegd.
Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking van de rechtbank en wijst het beroep van de moeder af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de minderjarige tot 27 juli 2022.