ECLI:NL:GHSHE:2022:1454
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep wegens intrekking na aanvang zitting
In deze strafzaak was verdachte in eerste aanleg veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen en medeplegen van een opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. Tegen dit vonnis stelde verdachte hoger beroep in. Tijdens de rolzitting op 19 februari 2021 werd het hoger beroep behandeld, waarna verdachte op 19 april 2022 het hoger beroep introk.
Het hof oordeelde dat intrekking van het hoger beroep na aanvang van de zitting niet meer rechtsgeldig is. Omdat de inhoudelijke behandeling nog niet was begonnen, maar het belang van verdachte niet gediend was met verdere behandeling, besloot het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 416, tweede lid, Sv.
Hiermee komt een einde aan de procedure in hoger beroep en blijft het vonnis van de politierechter in stand. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 4 mei 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking na aanvang van de zitting.