Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een geschil over het gezamenlijk gezag over een minderjarige geboren in 2012. De man en vrouw waren gezamenlijk gezagdragers, maar sinds 2017 is er geen contact meer tussen de man en het kind. De rechtbank had het gezamenlijk gezag beëindigd en de vrouw alleen het gezag gegeven. De man ging hiertegen in hoger beroep en verzocht onder meer om een nieuw onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming.
Het hof heeft het dossier en de eerdere procedures bestudeerd, waaronder het traject Nieuw Ouderschap dat niet tot verbetering leidde. De communicatie tussen de ouders is ernstig verstoord en het contact tussen de man en het kind ontbreekt al ruim vijf jaar. De man heeft geen zicht op de ontwikkeling van het kind en er is geen uitzicht op herstel van contact of samenwerking op korte termijn.
Het hof oordeelt dat het beëindigen van het gezamenlijk gezag in het belang van het kind is, mede vanwege de persoonlijkheidsstructuur van de man die samenwerking bemoeilijkt. Een nieuw onderzoek door de raad acht het hof niet nodig omdat dit geen meerwaarde heeft en het kind mogelijk zou belasten. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezamenlijk gezag en kent het gezag toe aan de vrouw.