Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,
[appellante],
1.Het verloop van de procedure
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling – via Skype – in eerste aanleg, gehouden op 21 september 2021;
- de aanvullende stukken van mr. Simonis (producties nr. 8 en 9), ingediend bij V6-formulier van 22 maart 2022, ingekomen ter griffie van dit hof op 23 maart 2022 en
- de op de mondelinge behandeling in hoger beroep door mr. Simonis overgelegde en voorgelezen pleitnotities.
- [appellant] c.s., bijgestaan door mr. Simonis en
- de heer [gemachtigde] , schriftelijk gemachtigde namens [stichting] , bijgestaan door mr. Hengeveld.
2.De beoordeling
- [appellant] c.s. zijn de ouders van [minderjarige] – thans 7 jaar oud –. In 2019 is zij gestart in de kleuterklas van basisschool [basisschool 1] te [plaats] . [basisschool 1] wordt door [stichting] in stand gehouden.
- In november 2020 is er een conflict ontstaan tussen [appellant] c.s. en [basisschool 1] . Aanleiding voor dat conflict waren de bevindingen van de leerkracht van [minderjarige] over haar houding en gedrag op school.
- [appellant] c.s. hebben vervolgens [minderjarige] aangemeld bij basisschool [basisschool 2] (hierna: [basisschool 2] ).
- In verband met de aanmelding hebben [appellant] c.s. op verzoek van [basisschool 2] zogeheten [rapportage] -rapportages over [minderjarige] ter beschikking gesteld. Deze rapportages zijn opgesteld door [basisschool 1] .
- De [rapportage] -rapportage gaf [basisschool 2] reden tot twijfel of zij [minderjarige] kon toelaten. Uiteindelijk heeft [basisschool 2] medio februari 2021 besloten [minderjarige] niet te plaatsen. [appellant] c.s. hebben [basisschool 2] in rechte betrokken. Als gevolg van een voorlopige voorziening heeft [basisschool 2] [minderjarige] (voorlopig) als leerling toegelaten.
- Bij brief van 25 januari 2021 heeft de gemachtigde van [appellant] c.s. met een beroep op de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) [basisschool 1] verzocht c.q. gesommeerd
- Bij e-mail van 8 februari 2021 heeft de gemachtigde van [stichting] te kennen gegeven dat [stichting] niet aan dit verwijderingsverzoek zal voldoen.
- Bij verzoekschrift van maart 2021 (zonder dagvermelding en ongetekend tot
- Bij brief van 18 mei 2021 heeft de gemachtigde van [appellant] c.s. namens [appellant] aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie van kort gezegd valsheid in geschrift gepleegd door de voormalige leerkracht van [minderjarige] en door de directeur van [basisschool 1] .
- Bij brief van 11 augustus 2021 heeft de officier van justitie beslist dat er naar aanleiding van de aangifte geen strafrechtelijke vervolging zal plaatsvinden.
leerresultaten, zoals van een
toets, worden opgeslagen in het leerling- en onderwijsvolgsysteem. Dit terwijl het Besluit gegevens over het gedrag en de leer-/werkhouding in een leerling- en onderwijsvolgsysteem toestaat die het resultaat zijn van een
observatie. Daarom moet artikel 8 Wpo Pro (de hogere formele wet) volgens [appellant] c.s. prevaleren. Omdat de [rapportage] -rapportage volgens [appellant] c.s. geen uitkomst is van een toets, maar van een persoonlijke observatie, is het opslaan daarvan in een leerling- en onderwijsvolgsysteem niet toegestaan.
indiening van het verzoekschriftniet door een advocaat behoeft te geschieden. Hiermee is volgens [appellant] c.s. niet (ook) gezegd dat een procespartij niet met een advocaat voor de rechtbank behoeft te verschijnen. Een uitzondering op artikel 79 Rv Pro is immers niet gegeven, zodat [stichting] volgens [appellant] c.s. bij advocaat had moeten verschijnen in eerste aanleg, waarbij geldt dat de procedure in eerste aanleg niet een procedure betrof bij de kantonrechter. Tot slot geldt dat [stichting] haar verweerschrift niet door een advocaat heeft laten indienen, terwijl zij hiertoe volgens [appellant] c.s. (wel) verplicht was: de uitzondering van artikel 35 lid 4 UAVG Pro geldt immers voor het verzoekschrift (de wettekst is duidelijk op dit punt). Een en ander maakt het volgens [appellant] c.s. dat de artikelen 278 lid 3 en 282 lid 1 Rv niet (ook) ten gunste van [stichting] gelden.
kande kantonrechter van een gemachtigde overlegging van een schriftelijke volmacht verlangen, tenzij de gemachtigde advocaat of deurwaarder is (lid 3). De kantonrechter is dus niet verplicht van een gemachtigde – in casu mr. [gemachtigde] – overlegging van een schriftelijke volmacht te verlangen. Evenmin volgt uit dit artikel dat een machtiging uiterlijk op de mondelinge behandeling overgelegd moet worden. Bovendien is de tendens juist dat de regels inzake verzoekschriftprocedures minder streng worden toegepast dan bij dagvaardingsprocedures, en dat voorts in algemene zin meer gelegenheid wordt geboden - zowel in dagvaardingsprocedures als in verzoekschriftprocedures - om formele fouten te herstellen binnen een gestelde korte nadere termijn.
Zoals bijvoorbeeld de aan [appellant] c.s. zelf geboden gelegenheid het niet ondertekend zijn van hun verzoekschrift zelfs
buitende termijn van artikel 35 lid 2 UAVG Pro te herstellen, in plaats van hen aanstonds niet ontvankelijk te verklaren.
voor zoverzij dit gegrond oordeelt, en was het geen gegeven dat het verzoek van [appellant] c.s. zou zijn toegewezen. Bovendien had [stichting] alsdan de mogelijkheid van verzet gehad. Welke situatie zich ook had voorgedaan, naar het oordeel van het hof hebben [appellant] c.s. geen belang bij hun betoog over de machtiging, althans is dit niet (voldoende) door hen onderbouwd.
in elk gevalop het terrein van de Nederlandse taal en rekenen en wiskunde. Uit de wettekst kan worden afgeleid dat de gegevens in het leerlingvolgsysteem dus niet beperkt (behoeven te) zijn tot toetsen op het terrein van de Nederlandse taal, rekenen en wiskunde. Een leerlingvolgsysteem kan ook andere gegevens bevatten buiten voormelde terreinen waaruit de vorderingen in kennis en vaardigheden van de leerling blijken. Volgens lid 2 richt het onderwijs zich
in elk gevalop de emotionele en de verstandelijke ontwikkeling, en op het ontwikkelen van creativiteit, op het verwerven van noodzakelijke kennis en van sociale, culturele en lichamelijke vaardigheden. Naar het oordeel van het hof kan een leerlingvolgsysteem ook inzicht geven in de vorderingen van een leerling op het gebied van de emotionele en de verstandelijke ontwikkeling en op de andere voormelde gebieden.
gegevens over de sociaal-emotionele ontwikkeling en het gedrag, (curs. hof) (d.) gegevens met betrekking tot de gegeven of geïndiceerde begeleiding en (e.) gegevens omtrent de verzuimhistorie. In artikel 5 van Pro het Besluit staat vervolgens:
Daarbij zij opgemerkt dat artikel 5 van Pro het Besluit geen limitatieve opsomming bevat gezien de wettekst “
en overige aspecten” in lid 2 en de nota van toelichting bij het Besluit (Staatsblad 2012, 234) waar de rechtbank – onder 4.18. – uit heeft geciteerd.
op dat momentweergeven, afgezet tegen andere leerlingen. Er is sprake – zoals [stichting] heeft benadrukt – van een momentopname. Dat de betrokken psychologen, orthopedagoge en [basisschool 2] de lage [rapportage] -scores niet herkennen, en dat [minderjarige] op [basisschool 2] inmiddels naar tevredenheid functioneert (zie de niet doorgenummerde productie 9 in hoger beroep van [appellant] c.s., zijnde het rapport van [minderjarige] van 8 maart 2022) betekent naar het oordeel van het hof dan ook niet zonder meer dat de observaties van de voormalige leerkracht van [minderjarige] in het najaar van 2020 onjuist zouden zijn. Het hof gaat daarom voorbij aan deze stelling van [appellant] c.s.
Om die reden behoeft het hof hierover niet nader te oordelen. Dat onderhavige zaak een AVG-kwestie betreft, maakt het voorgaande niet anders. Ten overvloede overweegt het hof dat - met de rechtbank - het hof van oordeel is dat [stichting] die gegevens zoals opgeslagen in het bijbehorende (registratie)programma [(registratie)programma] (voorlopig) in ieder geval nog wél mag behouden, gezien artikel 17 lid 3 onder Pro e AVG: het recht op vergetelheid is niet van toepassing voor zover verwerking nodig is voor
de instelling, uitoefening of onderbouwing van een rechtsvordering.Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling in hoger beroep is het hof niet gebleken dat [appellant] c.s. geen verdere juridische stappen meer gaat ondernemen tegen [stichting] c.q. [basisschool 1] , zodat de stukken dienen te worden bewaard in het kader van een adequate verdediging, als ook door artikel 17 lid 3 AVG Pro bestreken.