Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de moeder, bijgestaan door mr. A.M.A. Kok-Verheijde en de tolk in de Japanse taal
- de vader, bijgestaan door mr. C.A.M.J.M. Joosten;
- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ;
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI 1] en [vertegenwoordiger van de GI 2] .
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 1 juli 2020 (productie 6);
- het proces-verbaal van het vervolg van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 23 februari 2021 (productie 13);
- de brief van de GI van 22 juli 2021;
- de brief van de raad van 28 juli 2021, waarbij aan het hof is medegedeeld dat de moeder op 29 november 2020 een klacht heeft ingediend tegen de raad naar aanleiding van diens raadsrapport van 19 november 2020;
- het e-mailbericht van de advocaat van de vader van 10 augustus 2021;
- de brief van de raad van 30 augustus 2021, waarbij aan het hof is medegedeeld dat er een beslissing is genomen op de klacht van de moeder;
- het e-mailbericht van de advocaat van de vader van 1 november 2021 met als bijlage een e-mailbericht aan de raad;
- het journaalbericht van de advocaat van de vader van 14 december 2021.
3.De beoordeling
- [minderjarige] verblijft van maandagochtend tot en met woensdag na het weekend (negen nachten) bij de vader, gevolgd door een verblijf bij de moeder van woensdagmiddag na school tot en met maandagochtend (vijf nachten). Het wisselmoment vindt plaats op school;
- in de vakanties van één week (de herfstvakantie en carnavalsvakantie) verblijft [minderjarige] tot woensdag 14.00 uur bij de ouder bij wie hij het weekend voorafgaand aan de vakantie verblijft, waarna [minderjarige] vervolgens bij de andere ouder verblijft, die hem op maandagochtend naar school brengt;
- in de meivakantie verblijft [minderjarige] de eerste week bij de ouder bij wie hij het eerste weekend van de vakantie verblijft en de tweede week bij de andere ouder;
- in de kerstvakantie verblijft [minderjarige] in de oneven jaren de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader en in de even jaren omgekeerd;
- in de zomervakantie verblijft [minderjarige] de eerste week bij de moeder, de tweede week bij de vader, de derde en vierde week bij de moeder en de vijfde en zesde week bij de vader;
- [minderjarige] verblijft op zijn verjaardag in de oneven jaren bij de moeder en in de even jaren bij de vader;
- tijdens de paasdagen verblijft [minderjarige] in de oneven jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder;
- met Pinksteren verblijft [minderjarige] in de even jaren bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder;
- met Hemelvaart verblijft [minderjarige] donderdag en vrijdag in de oneven jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder;
- [minderjarige] verblijft op 5 december (pakjesavond) bij de vader en op 6 december bij de moeder;
- de overdracht vindt, als [minderjarige] niet naar school gaat en er geen afwijkend tijdstip is vastgesteld, om 11.00 uur plaats waarbij de ouder waarbij [minderjarige] op dat moment verblijft, hem brengt naar de andere ouder.