Belanghebbende, actief in de handel en reparatie van auto's, maakte bezwaar tegen brieven van de inspecteur waarin de bruto BPM werd gewijzigd ten opzichte van door hem gemelde bedragen. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat deze brieven geen voor bezwaar vatbare beschikkingen zijn. De rechtbank verklaarde het rechtstreeks beroep tegen een van deze brieven niet-ontvankelijk en het beroep verder ongegrond.
Belanghebbende stelde in hoger beroep dat de hoorplicht was geschonden en dat de inspecteur niet bevoegd was om de meldingen te wijzigen. Het hof oordeelde dat de rechtbank de ontvankelijkheid correct had beoordeeld en dat de hoorplicht niet was geschonden, omdat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk was. Het hof bevestigde dat de brieven tot wijziging van de bruto BPM geen zelfstandige voor bezwaar vatbare beschikkingen zijn binnen het gesloten systeem van rechtsmiddelen.
Het hof wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het griffierecht werd niet vergoed. Beide partijen kunnen binnen zes weken beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad.