De verdachte werd door de rechtbank veroordeeld voor gewoontewitwassen en kreeg een gevangenisstraf van 12 maanden opgelegd. In hoger beroep vernietigde het hof dit vonnis en sprak de verdachte vrij op grond van psychische overmacht.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een bedrag van €145.050,- witwaste, maar nam het standpunt van de verdediging over dat verdachte onder zware druk, geweld en vernedering van haar ex-partner stond. Hierdoor kon zij redelijkerwijs geen weerstand bieden tegen het plegen van het feit.
Het hof oordeelde dat verdachte niet strafbaar was en ontsloeg haar van alle rechtsvervolging. Daarnaast sprak het hof verdachte vrij van andere tenlastegelegde witwasfeiten wegens onvoldoende bewijs of concrete alternatieve herkomstverklaringen.
De uitspraak benadrukt het belang van een concrete, verifieerbare verklaring voor de herkomst van geld bij witwaszaken en de rol van het openbaar ministerie in het verrichten van aanvullend onderzoek. De omstandigheden van mishandeling en bedreiging door de ex-partner waren doorslaggevend voor het aannemen van psychische overmacht.