Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[betrokkene] ,
BESLISSING
betaling aan de Staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van
€ 8.000,00 (achtduizend euro).
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant inzake de ontnemingsvordering ex artikel 36e Wetboek van Strafrecht. De rechtbank had het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €18.374,- en een betalingsverplichting aan betrokkene opgelegd.
In hoger beroep werd door de advocaat-generaal een vermindering van de betalingsverplichting gevorderd tot €16.374,-, terwijl de verdediging een nihilstelling of een maximale betalingsverplichting van €3.000,- aanvoerde. Het hof oordeelde dat verrekening met conservatoir beslag in deze fase niet aan de orde is, maar paste wel een correctie toe vanwege de overschrijding van de redelijke termijn van ruim 1 jaar en 7 maanden, wat resulteerde in een vermindering van 10%.
Daarnaast werd de betalingsverplichting aangepast aan de waarde van de onder betrokkene in beslag genomen vermogensbestanddelen, waaronder contant geld en een quad, met een totaal van €8.000,-. Het verzoek tot kwijtschelding of matiging werd afgewezen omdat dit in deze procedure niet kan worden beoordeeld. De duur van de gijzeling werd vastgesteld op maximaal 160 dagen volgens de wettelijke normen.
Het hof vernietigde het vonnis voor zover het de betalingsverplichting betrof en deed opnieuw recht door deze vast te stellen op €8.000,-, bevestigde het vonnis voor het overige en bepaalde de maximale gijzelingstermijn. Hiermee werd een evenwichtige en rechtvaardige uitspraak gegeven rekening houdend met beslag, termijnoverschrijding en draagkracht.
Uitkomst: Betalingsverplichting vastgesteld op €8.000,- met maximale gijzelingstermijn van 160 dagen.