ECLI:NL:GHSHE:2022:1694
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over huurbetalingen en ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte
In deze zaak gaat het om een geschil over de huur van een bedrijfsruimte, waarbij de huurder sinds 2003 de ruimte huurt en de verhuurder sinds 2014 eigenaar is. De kern van het geschil betreft de vraag of de huurder de huurbetalingen in de periode juni 2018 tot en met mei 2020 bevrijdend heeft voldaan door betaling via een derde partij, een zwager van de verhuurder.
De kantonrechter oordeelde dat de huurder een contractuele relatie met de verhuurder heeft en dat de huurbetalingen via de derde partij tot medio mei 2020 bevrijdend waren. De verhuurder stelde dat deze betalingswijze was gewijzigd, maar kon dit onvoldoende onderbouwen. Het hof bevestigt dit oordeel en wijst de grieven van de verhuurder af.
Ook een incident met bedreiging in juli 2018 werd beoordeeld, maar het hof vond dit onvoldoende reden om de huurovereenkomst te ontbinden. De vorderingen tot ontruiming, betaling van achterstallige huur en schadevergoeding worden afgewezen. Het hoger beroep wordt grotendeels niet-ontvankelijk verklaard of verworpen, en de verhuurder wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de eerdere vonnissen en wijst het hoger beroep af, met veroordeling van appellant in de kosten.