ECLI:NL:GHSHE:2022:1751
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding wegens procedurele tekortkomingen bij crisismaatregel Wvggz
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de gemeente Weert een hogere schadevergoeding moest betalen aan [appellante] wegens het niet naleven van procedurevoorschriften bij het opleggen van een crisismaatregel onder de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
De rechtbank Limburg had eerder een schadevergoeding van €200 toegekend wegens het niet informeren en niet horen van [appellante]. Na vernietiging door de Hoge Raad werd het beroep opnieuw behandeld. [Appellante] stelde dat de schadevergoeding te laag was en dat de procedurele fouten hebben geleid tot aanzienlijke immateriële schade, waaronder detentie en ontruiming van haar woning.
Het hof oordeelde dat de crisismaatregel inhoudelijk rechtmatig was genomen en dat de procedurele tekortkomingen niet hebben geleid tot het niet nemen van de maatregel. De gestelde nadelige gevolgen waren daardoor niet toe te rekenen aan de gemeente. Het hof wees het verzoek om een hogere schadevergoeding af en bekrachtigde het eerdere vonnis.
De proceskosten werden ieder voor eigen rekening genomen vanwege de aard van de procedure. De uitspraak benadrukt dat alleen schade die rechtstreeks voortvloeit uit het niet naleven van wettelijke bepalingen voor vergoeding in aanmerking komt.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek om een hogere schadevergoeding af en bekrachtigt de eerdere toekenning van €200.