ECLI:NL:GHSHE:2022:1774
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing toelating schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende beheersbaarheid en goede trouw
Appellant heeft in eerste aanleg verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een totale schuldenlast van circa €157.910, waaronder preferente belastingschulden en CJIB-boetes. De rechtbank Limburg wees dit verzoek af omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 288 lid 1 sub c Faillissementswet Pro, met name het niet aannemelijk kunnen maken dat hij de verplichtingen van de regeling zou nakomen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychosociale problemen, veroorzaakt door een relatiebreuk en contactverlies met zijn minderjarige zoon, inmiddels beheersbaar zijn en dat hij in staat is om betaald werk te verrichten. Hij stelde dat de ADD-symptomen geen belemmering vormen en dat hij een gedetailleerde bevestiging van een hulpverlener zal overleggen. De beschermingsbewindvoerder gaf aan dat appellant stabiel lijkt en klaar is voor de regeling.
Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij te goeder trouw is geweest bij het ontstaan van zijn schulden, mede vanwege fiscale schulden en verkeersboetes die niet als te goeder trouw ontstane schulden worden beschouwd. Daarnaast ontbrak een objectieve en gemotiveerde bevestiging van beheersbaarheid van zijn psychosociale problemen. De voorgenomen behandeling voor ADD was nog niet gestart en onvoldoende onderbouwd.
Gelet op het risico van voortijdige beëindiging van de schuldsaneringsregeling en de gevolgen daarvan, acht het hof de afwijzing door de rechtbank terecht en bekrachtigt het vonnis. Appellant krijgt geen toelating tot de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende aannemelijkheid van beheersbaarheid van psychosociale problemen en het ontbreken van goede trouw.