Uitspraak
5.De zaak in het kort
6.De beschikking van 28 april 2022
7.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
- het verweerschrift van de zijde van de moeder;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 20 juli 2021.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak staat de verdeling van zorg- en opvoedingstaken voor twee minderjarige kinderen centraal na de echtscheiding van de ouders. De rechtbank had eerder bepaald dat de kinderen hun hoofdverblijf bij de moeder hebben en een beperkte zorgregeling bij de vader geldt, waarbij de kinderen om het weekend bij hem verblijven. De vader is tegen deze regeling in hoger beroep gegaan en verzoekt om een uitgebreidere zorgregeling met overnachtingen.
De moeder voert bezwaren aan vanwege haar gebrek aan vertrouwen in de vader, onder meer door zijn pornogedrag, vermeende seksverslaving, en zorgen over de zorg voor een kind met epilepsie. Zij stelt dat de huidige regeling al belastend is voor de kinderen en pleit voor een geleidelijke opbouw van contact. De vader ontkent contra-indicaties en verwijst naar onderzoeken en adviezen van diverse instanties die geen belemmeringen zien voor uitbreiding van de zorgregeling.
Het hof overweegt dat het belang van het kind voorop staat en dat een gelijkwaardige rol van beide ouders wenselijk is. Hoewel het vertrouwen van de moeder geschaad is, zijn er geen contra-indicaties voor uitbreiding van de zorgregeling. Het hof wijst het primaire verzoek van de vader tot een co-ouderschapsregeling af als te ingrijpend, maar wijst het subsidiaire verzoek toe voor een regeling waarbij de kinderen eenmaal per twee weken van vrijdag tot zondag bij de vader verblijven, met een gedetailleerde regeling voor vakanties en feestdagen.
Het hof wijst een raadsonderzoek af vanwege de lange duur en het belang van spoedige duidelijkheid. De moeder wordt ambtshalve bevolen onvoorwaardelijk mee te werken aan de zorgregeling, onder verbeurte van een dwangsom. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het de zorgregeling betreft en het hoger beroep van de vader wordt in dat onderdeel toegewezen.
Uitkomst: Het hof wijzigt de zorgregeling en bepaalt dat de kinderen eenmaal per twee weken van vrijdag tot zondag bij de vader verblijven met een specifieke regeling voor vakanties en feestdagen.