Uitspraak
zaaknummer 200.307.981/01:
zaaknummer 200.309.449/01:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Het geschil betreft het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 15 februari 2022, waarin het gezag van de ouders over drie minderjarige kinderen werd beëindigd. De kinderen zijn sinds januari 2020 onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst in een gezinshuis. De ouders zijn het niet eens met de beëindiging van het gezag en voeren aan dat hun situatie is verbeterd en dat zij een eerlijke kans verdienen om voor hun kinderen te zorgen.
De moeder heeft een psychose doorgemaakt maar maakt positieve ontwikkelingen door, waaronder een toegewezen woning en een goed verlopend GGZ-traject. De vader erkent zijn eerdere instabiliteit maar stelt dat hij nu stabieler is en een nieuwe baan heeft. Beide ouders benadrukken hun wens om de kinderen weer thuis te laten wonen en wijzen op onvoldoende inzet van de gecertificeerde instelling (GI) op terugplaatsing.
De raad en de GI handhaven hun standpunt dat het gezag moet worden beëindigd vanwege de ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen en het ontbreken van een aanvaardbaar perspectief op terugplaatsing. Het hof overweegt dat ondanks de positieve ontwikkelingen de instabiliteit van de ouders onvoldoende is weggenomen, onder meer door incidenten tijdens omgangsmomenten en onduidelijkheden over behandeling en woonstatus.
Het hof concludeert dat de aanvaardbare termijn voor terugplaatsing is verstreken en dat de belangen van de kinderen vragen om duidelijkheid over hun toekomstperspectief en beslissingsbevoegdheid. Daarom wordt de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag over de drie minderjarige kinderen.