ECLI:NL:GHSHE:2022:1929
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan saneringsgezindheid
Appellante verzocht de rechtbank om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een schuldenlast van ruim €62.000, waarvan het grootste deel aan de Hollandsche Disconto Voorschotbank. De rechtbank wees dit verzoek af omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek te goeder trouw was geweest en dat zij de verplichtingen van de regeling zou nakomen.
De rechtbank motiveerde dit onder meer door te wijzen op het feit dat appellante niet fulltime had gewerkt, geen loon bedong voor werkzaamheden in de horecazaak van haar echtgenoot en onvoldoende inspanningen had geleverd om haar schulden af te lossen. Appellante ging hiertegen in hoger beroep en voerde aan dat zij zich tijdens de schuldsaneringsregeling van haar echtgenoot wel saneringsgezind had gedragen en vanaf mei 2022 een betaalde baan zou hebben.
Het hof oordeelde dat appellante in de relevante periode onvoldoende saneringsgezind was geweest, onvoldoende had gewerkt en niet aannemelijk had gemaakt dat zij de verplichtingen van de regeling zou nakomen. Ook het beroep op de hardheidsclausule faalde omdat zij onvoldoende persoonlijke ontwikkeling had getoond. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af wegens onvoldoende aannemelijkheid van te goeder trouw zijn en het nakomen van verplichtingen.