In deze zaak staat de vaststelling van kinderalimentatie centraal na een wijziging van omstandigheden. De man is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die zijn draagkracht en de te betalen alimentatie had vastgesteld. Hij voerde vier grieven aan: over zijn inkomen, de forfaitaire woonlast, zijn schuldenlast en de zorgkorting.
Het hof overweegt dat de man onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn financiële situatie, waaronder zijn werkelijke inkomsten, de omvang van zijn schulden en de huurbetalingen aan zijn ouders. Ondanks erkenning van een gokverslaving en het rijden van zwarte taxiritten, heeft hij dit niet concreet onderbouwd. De rechtbank heeft daarom terecht een draagkracht berekend op basis van een geschat inkomen van €1.795 netto per maand.
Ook de gevraagde zorgkorting vanaf 1 april 2021 wordt afgewezen omdat de man geen zelfstandig omgangsrecht meer heeft en niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij kosten maakt in het kader van de omgangsregeling tussen zijn ouders en de kinderen. Ten slotte faalt het beroep op de aanvaardbaarheidstoets omdat de man onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn financiële situatie om te kunnen beoordelen of de alimentatie tot een onaanvaardbare situatie leidt.
Daarom bekrachtigt het hof de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van de vrouw om proceskostenveroordeling af, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.