Uitspraak
5.De beschikking d.d. 4 februari 2021
voorlopigebijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak in hoger beroep tussen ex-partners staat de vaststelling van partner- en kinderalimentatie centraal. De vrouw vordert een partneralimentatie van €8.000 per maand en kinderalimentatie van €800 per kind per maand. Het hof heeft vastgesteld dat de man niet heeft voldaan aan zijn verplichting om relevante financiële stukken, zoals jaarstukken van zijn besloten vennootschappen vanaf 2017, te overleggen. Hierdoor kon het hof de behoefte en draagkracht niet adequaat beoordelen.
Tijdens de mondelinge behandeling op 7 december 2021 bleek dat de man ondanks toezeggingen nog steeds niet de benodigde financiële gegevens had aangeleverd. Zijn verklaringen over de complexiteit van het concipiëren van jaarstukken en financiële problemen werden door het hof onvoldoende onderbouwd bevonden. Het ontbreken van deze gegevens leidt ertoe dat het hof de verzoeken van de vrouw grotendeels toewijst en uitgaat van een ingangsdatum van 1 januari 2020.
Het hof vernietigt de eerdere beschikking van de rechtbank voor zover deze de alimentatie betreft en bepaalt dat de man met ingang van genoemde datum €800 per kind per maand en €8.000 per maand aan partneralimentatie aan de vrouw dient te betalen. Verzoeken tot toewijzing van artikel 843a Rv en voorlopige voorzieningen worden afgewezen wegens gebrek aan belang. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Man moet vanaf 1 januari 2020 €800 per kind en €8.000 per maand partneralimentatie betalen wegens ontbreken financiële gegevens.