ECLI:NL:GHSHE:2022:1961
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J. Platschorre
- J.T.F.M. van Krieken
- S. Taalman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken van grieven in verkeersovertredingszaak
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994, waaronder het veroorzaken van een ongeval met lichamelijk letsel en het rijden in een toestand als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet. De politierechter veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van drie weken, waarvan twee voorwaardelijk, een proeftijd van twee jaar, een ontzegging van de rijbevoegdheid voor zes maanden en een geldboete.
Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in. Het hof heeft het dossier bestudeerd en kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Het hof constateerde dat de verdachte geen schriftelijke grieven heeft ingediend noch mondeling bezwaren heeft geuit tijdens de terechtzitting. Ook was er geen gemachtigde advocaat die dit namens hem deed. Hierdoor ontbraken de vereiste grieven die noodzakelijk zijn voor de ontvankelijkheid van het hoger beroep.
Het hof oordeelde dat er geen reden was om af te wijken van deze regel en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Daarmee bleef het vonnis van de politierechter in stand. De uitspraak werd op 14 juni 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van grieven.