De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld wegens meermalen gepleegde smaadschrift door het plaatsen van smadelijke teksten en berichten op openbare internetsites, gericht tegen een stichting en haar (voormalige) medewerkers.
In hoger beroep vernietigt het hof het vonnis voor zover het de bewezenverklaring betreft en verklaart de verdachte schuldig aan smaadschrift met betrekking tot specifieke teksten en berichten. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte opzettelijk de eer en goede naam van de stichting en enkele medewerkers heeft aangetast met het kennelijke doel daaraan ruchtbaarheid te geven.
De verdachte voerde aan dat de teksten uit hun context waren gehaald en dat zij het recht werd ontnomen om aangifte te doen, maar het hof volgt deze uitleg niet. Er is geen sprake van een strafuitsluitingsgrond. Gelet op de ernst van het delict, eerdere veroordelingen en persoonlijke omstandigheden legt het hof een geheel voorwaardelijke taakstraf van 40 uur met een proeftijd van 2 jaar op.
Daarnaast wordt de tenuitvoerlegging gelast van een eerder opgelegde voorwaardelijke geldboete van €500 wegens het plegen van een nieuw strafbaar feit binnen de proeftijd. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk voor zover het zich richt tegen de vrijspraak van de politierechter.