Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
hij op of omstreeks 30 januari 2021 te [plaats] , althans in Nederland, [slachtoffer 1] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] een of meermalen (met kracht) op/tegen diens gezicht te slaan;
hij op of omstreeks 30 januari 2021 te [plaats] , althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen - (met geschoeide voet) in diens gezicht heeft geschopt/getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op of omstreeks 30 januari 2021 te [plaats] althans in Nederland, openlijk, te weten, op de parkeerplaats/in de parkeergarage van [locatie] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [slachtoffer 2] , door die [slachtoffer 2] : - een of meermalen (met kracht) op/tegen diens lichaam te slaan en/of
hij op 30 januari 2021 te [plaats] , [slachtoffer 1] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] met kracht op/tegen diens gezicht te slaan;
hij op 30 januari 2021 te [plaats] , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen - met geschoeide voet in diens gezicht heeft geschopt/getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op 30 januari 2021 te [plaats] openlijk, te weten in de parkeergarage van [locatie] , in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [slachtoffer 2] , door die [slachtoffer 2] :
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 2 februari 2021 (pg. 6 t/m 20), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer 1] :
het hof begrijpt hier en hierna: [slachtoffer 2]) en ik, samen met mijn broertje [getuige] (
het hof begrijpt hier en hierna: [getuige]) gingen afgelopen zaterdag 30 januari 2021 naar de parkeergarage van de [bedrijf] op uitnodiging van [betrokkene] , die een clip zou opnemen in de parkeergarage. Hij had niet alleen ons, maar ook andere mensen uitgenodigd. 30 januari 2021 is voor mij een dag geworden waarvan ik me helemaal niets meer herinner. Alles wat ik nu moet zeggen, heb ik van de mensen om mij heen.
het hof begrijpt: [medeverdachte 3]) zich er mee bemoeid hebben en gezegd hebben tegen [slachtoffer 2] : ‘waar ga jij heen, niemand vroeg jou iets.’ Daarop heeft [medeverdachte 1] (
het hof begrijpt: [medeverdachte 1]) zich kennelijk omgedraaid en zich gericht tot [slachtoffer 2] . Hij heeft [slachtoffer 2] bij zijn kraag vastgepakt waarna hij met gebalde vuist is gaan slaan naar [slachtoffer 2] . In dezelfde tijd ben ik kennelijk van achteren aangevallen door [verdachte] en ben ik voorover gevallen. Door de val of de klap die ik van hem heb gekregen, ben ik direct knock-out gegaan. Ik ben door deze [verdachte] kennelijk getrapt en geschopt tegen mijn hoofd terwijl ik al knock-out op de grond lag.
het hof begrijpt: aangever [slachtoffer 1]) een hersenschudding had. Tevens werd vastgesteld dat zijn neus was gebroken, er een gaatje in zijn tong zat en zijn mond van binnen en buiten helemaal kapot was. Ook was er een hechting onder zijn kin aangebracht in verband met een verwonding.
Een geschrift, als bedoeld in artikel 339, eerste lid, onder sub 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten: een geneeskundige verklaring d.d. 17 mei 2021 (pg. 21):
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 2 februari 2021 (pg. 22 t/m 29), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer 2] :
het hof begrijpt: [getuige]) naar de parkeergarage gegaan.
Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 11 februari 2021 (pg. 30 t/m 32), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van [getuige] :
het hof begrijpt: [medeverdachte 2]), [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] en die [verdachte] .
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 februari 2021 (pg. 43 t/m 44), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 maart 2021 (pg. 42), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van dit hof op 19 april 2022, voor zover inhoudende:
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 april 2021 (pg. 52 t/m 72), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 35 dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden.
2 (twee) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
€ 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) bestaande uit € 385,00 (driehonderdvijfentachtig euro) materiële schade en € 2.115,00 (tweeduizend honderdvijftien euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2021 tot aan de dag der voldoening.