Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
9 (negen) maanden.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet, vanwege het bezit van een grote hoeveelheid softdrugs. In hoger beroep vernietigde het hof het vonnis en verklaarde het bewezen dat verdachte op 24 juni 2019 te Dongen ongeveer 76 kilogram hasjiesj en 131 kilogram hennep in een gehuurde loods had opgeslagen.
De verdachte werkte als werknemer voor een coffeeshop en beheerde de externe handelsvoorraad, wat buiten het gedoogbeleid valt dat slechts beperkte voorraden toestaat. De eigenaar van de loods was niet op de hoogte van deze voorraad. Het hof oordeelde dat het bewust aanwezig hebben van zo'n grote hoeveelheid softdrugs een professioneel risico is dat voor rekening van de verdachte komt.
Hoewel de verdediging jurisprudentie aanvoerde waarin soortgelijke feiten niet tot straf leidden, vond het hof dit niet vergelijkbaar omdat hier sprake was van ongereguleerde bevoorrading. Het lopende experiment met een gesloten coffeeshopketen deed niet af aan de strafbaarheid.
Het hof hield rekening met het strafrechtelijk verleden van de verdachte en de ernst van het feit. Gezien de hoeveelheid softdrugs en de omstandigheden legde het hof een gevangenisstraf van 9 maanden op. De straf wordt volledig uitgezeten, tenzij de verdachte in aanmerking komt voor een penitentiair programma of voorwaardelijke invrijheidstelling.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf voor het opzettelijk aanwezig hebben van circa 207 kilogram softdrugs.