ECLI:NL:GHSHE:2022:202
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezag ouders over minderjarige wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging
De ouders zijn het niet eens met de beslissing van de rechtbank om hun gezag over hun minderjarige kind te beëindigen. Het kind woont sinds de geboorte in een pleeggezin en staat onder toezicht van de gecertificeerde instelling. De ouders wensen het gezag te behouden en wijzen op de band met het kind en het feit dat de aanvaardbare termijn nog niet verstreken zou zijn.
De raad en de gecertificeerde instelling betogen dat het gezag beëindigd moet worden omdat het kind gehecht is aan het pleeggezin waar het al bijna vier jaar woont en de ouders niet in staat zijn gebleken om binnen een aanvaardbare termijn de verzorging en opvoeding op zich te nemen. Het is in het belang van het kind dat er duidelijkheid komt over waar het mag opgroeien.
Het hof overweegt dat het gezag op grond van artikel 1:266 BW Pro kan worden beëindigd indien het kind in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en de ouders niet binnen een aanvaardbare termijn de verzorging en opvoeding kunnen bieden. Het hof bevestigt de eerdere beoordeling dat het gezag moet worden beëindigd vanwege ernstige bedreiging van de ontwikkeling en het ontbreken van voldoende opvoedvaardigheden bij de ouders. De hechting van het kind aan het pleeggezin en de noodzaak van stabiliteit en duidelijkheid zijn zwaarwegend. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de ouders over de minderjarige.