ECLI:NL:GHSHE:2022:2020
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging uithuisplaatsing minderjarige en noodzaak opname moeder-kind-huis
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de uithuisplaatsing van haar minderjarige kind. De rechtbank had de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de minderjarige bevestigd vanwege ernstige zorgen over de thuissituatie. De moeder wenst dat haar kind terugkeert naar huis, stellende dat de situatie niet onveilig genoeg was voor uithuisplaatsing en dat zij voldoende zorg kan bieden met ambulante hulp.
Het hof overweegt dat de ernstige zorgen over onderstimulatie, persoonlijke verzorging, huiselijk geweld, middelengebruik en psychische gesteldheid van de moeder een spoedige uithuisplaatsing noodzakelijk maakten. Ondanks extra hulpverlening toonde de moeder een ambivalente houding en weigerde zij voorgestelde hulp. De opname in een moeder-kind-huis is noodzakelijk om zicht te krijgen op de opvoedvaardigheden, leerbaarheid en begeleidbaarheid van de moeder.
Het hof wijst het verzoek van de moeder af en bekrachtigt de beschikking tot uithuisplaatsing. Het belang van het kind staat voorop, mede gelet op de beperkte contactmomenten en de kritieke hechtingsfase. De moeder wordt aangespoord de geboden hulpverlening onvoorwaardelijk te accepteren om een mogelijke terugkeer te kunnen realiseren.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. De uitspraak is gedaan door het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 23 juni 2022.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de uithuisplaatsing van de minderjarige en benadrukt de noodzaak van opname in een moeder-kind-huis voor beoordeling van de opvoedvaardigheden van de moeder.