ECLI:NL:GHSHE:2022:2087

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
22 juni 2022
Publicatiedatum
28 juni 2022
Zaaknummer
20-001593-21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 279 SvArt. 359 SvArt. 404 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging gevangenisstraf van één maand voor diefstal na hoger beroep

In deze strafzaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het vonnis van de politierechter bevestigd waarbij verdachte is veroordeeld voor diefstal tot een gevangenisstraf van één maand met aftrek van voorarrest.

De verdachte was in eerste aanleg vrijgesproken van een tweede tenlastegelegd feit, waartegen hij hoger beroep had ingesteld. Het hof verklaarde hem echter niet-ontvankelijk in hoger beroep voor zover dit betrekking had op de vrijspraak, omdat hoger beroep tegen vrijspraak niet openstaat volgens artikel 404, eerste lid, Sv.

Het hof heeft het onderzoek in hoger beroep verricht, kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en de verdediging, maar zag geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de politierechter. De straf van één maand gevangenisstraf werd gehandhaafd.

Het arrest is gewezen op 22 juni 2022 en gepubliceerd in verband met het ingestelde cassatieberoep. Het hof zal bij cassatie een nadere motivering van de bewijsmiddelen toevoegen.

Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot één maand gevangenisstraf voor diefstal, met aftrek van voorarrest; het hoger beroep tegen de vrijspraak is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

Parketnummer : 20-001593-21
Uitspraak : 22 juni 2022
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv Pro)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank
Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 14 juni 2021, in de strafzaak met parketnummer 01-105029-20 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1967,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte vrijgesproken van hetgeen aan hem onder feit 2 ten laste is gelegd. De politierechter heeft het onder feit 1 tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘diefstal’, de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met aftrek van voorarrest.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op te terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
Door de raadsman van de verdachte is vrijspraak bepleit. Subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Het hoger beroep van de verdachte is onbeperkt ingesteld en richt zich aldus mede tegen de vrijspraak door de politierechter van het onder feit 2 tenlastegelegde. Gelet op het bepaalde in artikel 404, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor een verdachte geen hoger beroep open tegen een vrijspraak. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep voor zover dit hiertegen is gericht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het bestreden vonnis – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – en met de redengeving waarop dit berust. Het hof ziet in hetgeen door de raadsman bij pleidooi ter terechtzitting in hoger beroep is aangevoerd geen reden om tot een ander oordeel te komen dan de politierechter ten aanzien van het tenlastegelegde en de aard en omvang van de opgelegde straf.
Het hof zal – nu het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359, derde lid, eerste volzin, van het Wetboek van Strafvordering – indien tegen dit arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, de inhoud van de door de politierechter opgesomde bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring uitwerken in een aanvulling op dit verkorte arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.

BESLISSING

Het hof:
verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de vrijspraakbeslissing ter zake van het onder feit 2 tenlastegelegde;
bevestigt het vonnis waarvan beroep – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. R. Lonterman, voorzitter,
mr. N.I.B.M. Buljevic en mr. S.V. Pelsser, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A. van Kaathoven, griffier,
en op 22 juni 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. R. Lonterman is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.