Uitspraak
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de rechtbank over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken van haar minderjarige kind, geboren in 2013. De moeder verzocht om een regeling waarbij de minderjarige de ene week bij de vader en de andere week bij haar verblijft, met wisseling op vrijdag na school. De gecertificeerde instelling (GI) en de vader verzochten de rechtbanksbeslissing in stand te laten.
De ouders hebben een beëindigde relatie en het kind verbleef sinds januari 2021 feitelijk bij de vader. De ondertoezichtstelling van het kind is verlengd tot april 2023. De rechtbank had een zorgregeling vastgesteld waarbij de moeder beperkte contactmomenten had met het kind. De moeder vond deze regeling onduidelijk en onprettig voor het kind, die daardoor minder tijd met haar doorbracht.
De ouders en de GI hebben deelgenomen aan het traject Kinderen uit de Knel (KUK) met als doel een 50-50 zorgverdeling. Hoewel er afspraken zijn gemaakt en het kind is aangemeld voor speltherapie, is er nog geen uitbreiding van de zorgregeling gerealiseerd. Het hof oordeelde dat een opbouw naar co-ouderschap in het belang van het kind is en bepaalde een stappenplan waarbij vanaf 5 september 2022 de zorgregeling wordt uitgebreid en vanaf 31 oktober 2022 het kind gelijk verdeeld verblijft bij beide ouders.
Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank voor zover deze de zorgregeling vanaf de zomervakantie 2022 betreft, bekrachtigde de eerdere beschikking tot die datum en wees het overige verzoek af. De regeling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof wijzigt de zorgregeling en bepaalt een gefaseerde opbouw naar co-ouderschap met gelijke verblijfsverdeling vanaf 31 oktober 2022.