Belanghebbende diende een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor herontwikkeling van een voormalig brouwerijterrein, waarop de gemeente een legesaanslag oplegde gebaseerd op de Verordening op de heffing van leges 2017 en het Besluit Genormeerde Bouwkosten 2017, waarbij de NEN 2580 als normblad werd gebruikt voor de berekening van bouwkosten.
De rechtbank vernietigde de aanslag omdat de NEN 2580 niet was gepubliceerd of ter inzage gelegd, waardoor het kenbaarheidsvereiste niet was nageleefd. De heffingsambtenaar ging in hoger beroep, stellende dat de NEN 2580 niet direct in de Verordening stond en dat de bouwkosten van het brouwerijgedeelte niet via NEN 2580 waren vastgesteld.
Het hof oordeelde dat het kenbaarheidsvereiste wel geldt voor de NEN 2580, ook al is deze niet direct in de Verordening genoemd, omdat de belastingverordening alle essentiële elementen moet bevatten. De NEN 2580 was niet op juiste wijze bekendgemaakt, waardoor de heffing op die basis onverbindend is. Ook stelde het hof dat de bouwkosten van het brouwerijgedeelte voorafgaand aan de aanslag door het college hadden moeten worden vastgesteld, wat niet was gebeurd. Herstel in hoger beroep is niet mogelijk, waardoor de aanslag moet worden vernietigd.
Het hoger beroep van de heffingsambtenaar werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd, en de heffingsambtenaar werd veroordeeld tot betaling van griffierecht en proceskosten.