Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de moeder, bijgestaan door mr. C.J. de Wit;
- de bijzondere curator;
- [vertegenwoordiger van de raad] namens de raad.
3.De beoordeling
,mits deze persoon:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een verzoek van de vader om vervangende toestemming te verkrijgen voor de erkenning van zijn minderjarige kind, nadat de moeder haar toestemming had onthouden. De rechtbank had eerder deze vervangende toestemming verleend, maar de moeder ging hiertegen in hoger beroep.
De moeder stelde dat erkenning door de vader haar belangen bij een ongestoorde verhouding met het kind schaadt en dat de sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling van het kind daardoor in gevaar komt. Zij vreesde dat zij door de erkenning in een onevenwichtige psychische toestand zou raken, mede door eerdere bedreigingen van de vader. De bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming stelden echter dat de moeder een stabiele indruk maakte en dat er geen aanwijzingen waren dat erkenning haar of het kind zou schaden.
Het hof overwoog dat emotionele weerstand van de moeder tegen erkenning op zichzelf onvoldoende is om vervangende toestemming te weigeren, tenzij dit leidt tot reële risico’s voor het kind. Het hof vond dat de moeder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij door de erkenning in een onevenwichtige psychische toestand zal verkeren die het stabiele opvoedklimaat schaadt. De belangen van de vader en het kind bij juridische erkenning wegen zwaarder dan het belang van de moeder bij het achterwege laten daarvan. Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de rechtbank en wees het beroep van de moeder af.
Uitkomst: Het hof verleent vervangende toestemming voor erkenning van de minderjarige door de vader en wijst het beroep van de moeder af.