ECLI:NL:GHSHE:2022:2252
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontkenning van het door het huwelijk ontstane vaderschap van drie minderjarigen
In deze zaak stond het verzoek tot ontkenning van het door het huwelijk met de moeder ontstane vaderschap van drie minderjarige kinderen centraal. De moeder had haar verzoek niet tijdig ingediend binnen een jaar na geboorte, waardoor zij niet-ontvankelijk werd verklaard. De bijzondere curator nam het verzoek namens de minderjarigen over en diende het tijdig in op grond van artikel 1:200 lid 6 BW Pro.
De bijzondere curator stelde dat het evident was dat de man niet de biologische vader van de kinderen was, wat door het hof werd bevestigd. De vrouw had verklaard dat zij de man sinds haar vlucht uit Somalië in 2005 niet meer had gezien en dat de kinderen een andere biologische vader hebben. Er was geen aanwijzing dat de man tijdens de conceptieperiode in Nederland was of in het leven van de vrouw.
Het hof oordeelde dat het belang van de minderjarigen vereist dat de juridische situatie wordt aangepast aan de biologische werkelijkheid. Daarom werd het verzoek van de bijzondere curator tot ontkenning van het vaderschap toegewezen. Vanaf het moment dat de ontkenning in kracht van gewijsde gaat, dragen de minderjarigen de naam van de vrouw en staan zij alleen nog in familierechtelijke betrekking tot haar.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot ontkenning van het door het huwelijk ontstane vaderschap toe namens de minderjarigen en verklaart de vrouw niet-ontvankelijk.