ECLI:NL:GHSHE:2022:2309

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
7 juli 2022
Publicatiedatum
11 juli 2022
Zaaknummer
200.296.225_02 en 200.296.227_02
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 29 Wrakingsprotocol
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wrakingsverzoek afgewezen wegens ontbreken van gronden voor rechterlijke onpartijdigheid

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, stellende dat zijn procesrechten werden geschonden en verzocht om behandeling door een ander gerechtshof of andere rechters van hetzelfde hof. De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Uit de beoordeling bleek dat het verzoek geen concrete feiten of omstandigheden bevatte die de rechterlijke onpartijdigheid in gevaar zouden brengen. Het verzoek werd dan ook niet als een geldig wrakingsverzoek aangemerkt en is buiten behandeling gesteld. Daarnaast is het verzoek tot verwijzing naar een ander gerechtshof niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze beslissing niet aan de wrakingskamer toekomt.

De hoofdzaken worden voortgezet in de stand waarin zij zich bevonden ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek. De beslissing werd genomen door de wrakingskamer bestaande uit drie rechters en is openbaar uitgesproken op 7 juli 2022.

Uitkomst: Wrakingsverzoek buiten behandeling gesteld en verzoek tot verwijzing niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Wrakingskamer
registratienummer wraking: 200.296.225/02 en 200.296.227/02
datum beslissing: 7 juli 2022
beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken,
inzake het verzoek tot wraking als bedoeld in artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), van 31 mei 2022
in de zaak met zaaknummer 200.296.225/01 van
[naam ] ,
wonende te [woonplaats] ,
gemachtigde: mr. G.S. de Haas,
tegen
Maatschap [maatschap] cs Advocaten,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gemachtigde: mr A.C. van Schaick,
en in de zaak met zaaknummer 200.296.227/01 van
[B.V.] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gemachtigde: mr. G.S. de Haas,
tegen
Maatschap [maatschap] cs Advocaten,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gemachtigde: mr A.C. van Schaick.
[naam ] en [B.V.] B.V. worden hierna gezamenlijk aangeduid als verzoeker.

1.Het procesverloop

Verzoeker heeft in de hierboven genoemde zaken een stuk met het opschrift “wrakingsverzoek” ingediend, gedateerd 30 mei 2022, bij het gerechtshof ontvangen op 31 mei 2022.

2.De beoordeling

2.1
Het zogenoemde “wrakingsverzoek” is opgesteld door verzoeker en ‘ter voldoening aan art. 29 Wrakingsprotocol Pro’ ingediend door mr G.S. de Haas, w.g. De Haas.
Verzoeker wil dat zijn zaken worden behandeld bij een ander gerechtshof, althans door andere rechters van dit hof worden behandeld, aangezien de (proces) rechten van verzoeker, zo stelt hij, op onaanvaardbare wijze worden geschonden.
Verzoeker heeft niet tijdig kennis kunnen nemen van de memories van antwoord en wil alsnog in de gelegenheid worden gesteld om te reageren.
2.2
In het ingediende stuk heeft de wrakingskamer geen gronden als bedoeld in artikel 36 Rv Pro, aangetroffen. Weliswaar is een processueel bezwaar genoemd, maar de wrakingskamer begrijpt dat als onderbouwing van het verzoek tot verwijzing naar een ander gerechtshof. Het stuk bevat geen feiten of omstandigheden die kunnen meebrengen dat de rechterlijke onpartijdigheid bij de behandeling van beide zaken in hoger beroep schade zou kunnen lijden. Het “wrakingsverzoek” voldoet daarmee niet aan de eis dat het verzoek tot wraking is gemotiveerd en kan dus niet worden aangemerkt als een wrakingsverzoek in de zin van artikel 36 Rv Pro. Om die reden zal de wrakingskamer het verzoek buiten behandeling laten.
Een mondelinge behandeling kan daarom achterwege blijven.
2.3
De beoordeling van het verzoek tot verwijzing naar een ander gerechtshof is niet aan de wrakingskamer maar aan de kamer die de hoofdzaken behandelt. Daarom is dit onderdeel van het verzoek niet-ontvankelijk.

3.De beslissing

Het hof (de wrakingskamer):
- verklaart het verzoek tot verwijzing niet-ontvankelijk;
- stelt het verzoek voor het overige buiten behandeling;
- bepaalt dat de hoofdzaken worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevonden ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking;
- beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoeker en de wederpartij, alsmede aan de raadsheren die de zaken behandelen.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.W. van Rijkom, P. Hödl en A.L Bervoets in tegenwoordigheid van mr. M.A.H. Fransen als griffier en in het openbaar uitgesproken op
7 juli 2022.