ECLI:NL:GHSHE:2022:234
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afwijzing verzoek opheffing voorlopige hechtenis wegens grootschalige cocaïne-invoer
Verdachte is in hoger beroep gegaan tegen de afwijzing van zijn verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis. Hij werd verdacht van deelname aan een criminele organisatie, grootschalige invoer van cocaïne en overtreding van de Wet Wapens en Munitie. Het hof oordeelt dat er voldoende ernstige bezwaren zijn en dat de aard van het strafbare feit de rechtsorde ernstig heeft geschokt.
De verdediging stelde dat door tijdsverloop en het niet onverwijld aanhouden van verdachte geen sprake meer is van een geschokte rechtsorde. Het hof verwerpt dit en benadrukt dat de ernst van de georganiseerde cocaïnecriminaliteit en de daarmee gepaard gaande ondermijning van de samenleving een langdurige schok teweegbrengt. Ook het uitstel van aanhouding is volgens het hof gerechtvaardigd door de complexiteit van het onderzoek.
Verder is er volgens het hof sprake van gevaar voor herhaling vanwege de aard en omvang van de feiten en de onderlinge afhankelijkheid binnen de criminele organisatie. Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen, omdat geen zwaarwichtige persoonlijke omstandigheden zijn gesteld die het belang van voortzetting van de hechtenis doen wijken. Het hof bevestigt daarmee de beslissing van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de voorlopige hechtenis van verdachte wegens ernstige bezwaren en geschokte rechtsorde.