Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 3 november 2020;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling na aanbrengen op 13 januari 2021, waarbij geen minnelijke regeling van het geschil is bereikt;
- de memorie van grieven van [appellanten] van 2 maart 2021 met producties en eiswijziging;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde] van 1 juni 2021 met een productie.
6.De verdere beoordeling
- Garantie: 10 jaar productgarantie op waterdichtheid”.
rechtsgronden in de zin van deze bepaling ten onrechte niet zijn aangevuld. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat artikel 24 Rv Pro bepaalt dat ‘de rechter de zaak onderzoekt en beslist op de grondslag van hetgeen partijen aan hun vordering, verzoek of verweer ten gronde hebben gelegd, tenzij uit de wet anders voortvloeit’. Aan deze bepaling is in dit geval voldaan. De omstandigheid dat [appellanten] in eerste aanleg zonder gemachtigde heeft geprocedeerd maakt dit niet anders, nog afgezien van het feit dat uit de overgelegde correspondentie blijkt dat hij al voorafgaand aan het instellen daarvan een advocaat heeft ingeschakeld.