Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/297378 / KG ZA 21-365)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord in principaal appel tevens houdende memorie van grieven in incidenteel appel;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel;
- het H16-formulier met bijlage van de advocaat van de vader, ingekomen ter griffie op 12 januari 2022;
- het H16-formulier van de advocaat van de vader, ingekomen ter griffie op 14 maart 2022;
- het H16-formulier van de advocaat van de moeder, ingekomen ter griffie op 15 april 2022;
- het H12-formulier met bijlagen van de advocaat van de moeder, ingekomen ter griffie op 26 april 2022.
3.De beoordeling
- ongegrondverklaring van het door de vader ingestelde incidentele hoger beroep en de incidentele vordering van de vader in verband met de verhoging van de maximale dwangsommen af te wijzen;
- de vader te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de nakosten ten belope van € 163,- zonder betekening en voor het geval betekening heeft plaatsgevonden te vermeerderen met het bedrag ad € 239,-, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het arrest en -voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt- te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.