Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 9412977 / CV EXPL 21-4185)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep, tevens houdende een incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het beroepen vonnis;
- de door Woonpunt genomen memorie van antwoord in het incident, met producties 17 tot en met 24;
- de door [appellanten] genomen memorie van grieven met producties 1 tot en met 3;
- de door Woonpunt genomen memorie van antwoord;
- de door [appellanten] genomen akte;
- de door Woonpunt genomen antwoordakte.
3.De beoordeling
- [appellanten] zijn op 5 augustus 1978 met elkaar gehuwd.
- Het huwelijk is op 13 april 2018 door echtscheiding ontbonden.
- Met ingang van 1 juli 2018 heeft Woonpunt aan [appellante] de woning aan de [adres 1] te [plaats] (hierna: de woning aan de [adres 1] ) verhuurd. [appellant] woonde op dat moment in een woning van Woonpunt aan de [adres 2] te [plaats] .
- Bij brief van 27 september 2020 heeft [appellant] aan Woonpunt het volgende meegedeeld:
- Woonpunt heeft niet schriftelijk geantwoord op het verzoek om inwoning mogelijk te maken.
- [appellant] is per november 2020 ingetrokken bij [appellante] in de woning aan de [adres 1] .
- Begin 2021 is [appellante] vanwege door [appellant] gepleegd huiselijk geweld en agressie tijdelijk opgenomen in een vrouwenhuis.
- Op 2 februari 2021 heeft [appellante] telefonisch contact opgenomen met de buurtcoördinator van Woonpunt met het verzoek dat [appellant] in de woning aan de [adres 1] kan blijven. Woonpunt heeft hier geen antwoord op gegeven. [appellant] heeft de woning aan de [adres 1] niet verlaten.
- [appellante] is niet teruggekeerd naar de woning aan de [adres 1] . Woonpunt heeft haar een woning aan de [adres 3] te [plaats] toegewezen. [appellante] is in die woning gaan wonen.
- [appellante] heeft de huur van de woning aan de [adres 1] eind juni 2021 per 28 juli 2021 opgezegd. Op 20 juli 2021 heeft naar aanleiding daarvan de voorinspectie plaatsgevonden. Vervolgens heeft [appellante] echter niet meegewerkt aan de oplevering van die woning en heeft zij de sleutels van de woning niet ingeleverd. [appellant] is in die woning blijven wonen.
- veroordeling van [appellanten] tot ontruiming van de woning aan de [adres 1] te [plaats] ;
- veroordeling van [appellante] tot betaling van € 649,24 ter zake achterstallige huur, vermeerderd met € 97,24 ter zake buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente vanaf de dag van de inleidende dagvaarding (3 september 2021);
- hoofdelijke veroordeling van [appellanten] tot betaling van een gebruiksvergoeding van € 471,32 per maand vanaf 29 juli 2021 tot aan het moment dat [appellanten] de woning aan Woonpunt hebben opgeleverd;
- Woonpunt heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen (rov. 4.1).
- Woonpunt heeft niet ingestemd met medehuurderschap van [appellant] . Het komt voor risico van [appellant] dat hij zonder dat de toestemming van Woonpunt was verkregen, zijn huurovereenkomst met Woonpunt heeft opgezegd en bij [appellante] is gaan inwonen. Het is aannemelijk dat in een bodemprocedure geoordeeld zal worden dat [appellant] zonder recht of titel in de woning aan de [adres 1] verblijft (rov. 4.2).
- Woonpunt maakt met haar ontruimingsvordering geen misbruik van bevoegdheid (rov. 4.3).
- De vordering tot ontruiming is dus toewijsbaar ten aanzien van [appellanten] (rov. 4.4).
- [appellante] moet tot aan het moment van de ontruiming de huur c.q. een aan de huur gelijke gebruiksvergoeding betalen (rov. 4.5).
- Woonpunt heeft het kortgedingvonnis op 9 november 2021 aan [appellanten] laten betekenen en ontruiming aangezegd tegen 30 november 2021.
- [appellanten] hebben vervolgens Woonpunt in kort geding betrokken en schorsing van de tenuitvoerlegging van het kortgedingvonnis van 4 november 2021 gevorderd.
- Bij kortgedingvonnis van 26 november 2021 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, deze vordering afgewezen.
- Woonpunt heeft de woning aan de [adres 1] vervolgens op 30 november 2021 laten ontruimen.
- het beroepen vonnis bekrachtigen;
- de incidentele vordering afwijzen;
- [appellanten] als de in het ongelijk gestelde partijen veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep, waaronder begrepen de proceskosten van het incident.