De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken van meineed, maar het hof vernietigde dit vonnis en veroordeelde haar tot een taakstraf van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis.
De zaak betrof een valse getuigenverklaring die de verdachte op 2 december 2020 aflegde tijdens de strafzaak tegen haar zus. Zij ontkende toestemming te hebben gegeven aan de politie om in de auto van haar zus te rijden, terwijl verbalisanten verklaarden dat zij daartoe wel toestemming had gegeven, mede gezien haar toestand op het moment van het ongeval van haar vader.
Het hof oordeelde dat de verklaring van de verdachte strijdig was met de werkelijkheid en dat zij met opzet een valse verklaring had afgelegd om haar zus te beschermen tegen strafrechtelijke gevolgen van het bezit van pepperspray. De ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte leidden tot het opleggen van een taakstraf in plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.