Belanghebbende had in zijn aangifte inkomstenbelasting 2017 per ongeluk aangegeven recht te hebben op de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK), wat leidde tot een te hoge voorlopige teruggave van € 2.725. De inspecteur legde een voorlopige aanslag op op basis van deze gegevens zonder voorafgaande controle van de gemeentelijke inschrijving van het kind.
Na controle bij de definitieve aanslag corrigeerde de inspecteur de IACK en legde een terugvordering op. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde dat de inspecteur het zorgvuldigheidsbeginsel had geschonden door niet te controleren. Zowel rechtbank als hof oordeelden dat de inspecteur niet verplicht is om voorafgaand aan de voorlopige aanslag alle gegevens te controleren.
Het hof verwierp het beroep van belanghebbende en bevestigde dat de terugvordering terecht is. Tevens wees het hof erop dat belanghebbende een betalingsregeling kan aanvragen bij de Belastingdienst voor het terug te betalen bedrag en de belastingrente. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.