De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor diefstal met geweld en bedreiging met geweld. In hoger beroep vernietigt het hof het vonnis en spreekt de verdachte vrij van de bedreiging met een gasaansteker, omdat dit alleen op de verklaring van het slachtoffer steunde en niet werd bevestigd door andere getuigen.
Het hof acht bewezen dat de verdachte op 7 mei 2021 te Eindhoven levensmiddelen van een winkel heeft weggenomen met het oogmerk zich die wederrechtelijk toe te eigenen, gevolgd door het slaan van het slachtoffer met een gebalde vuist tegen het gezicht om vlucht mogelijk te maken. De verdachte verzette zich heftig tegen de aanhouding, wat getuigen bevestigden.
De straf wordt vastgesteld op 3 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest, gelet op de ernst van het feit, recidive en de omstandigheden waaronder het is gepleegd. Daarnaast wordt een schadevergoeding van €300 toegekend aan het slachtoffer wegens immateriële schade. De tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 weken wordt gelast vanwege recidive.
De benadeelde partij wordt voor het resterende deel van de schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard en kan dit alleen bij de burgerlijke rechter vorderen. Het hof legt een schadevergoedingsmaatregel op met gijzeling als dwangmiddel bij niet-betaling.
Het arrest is gewezen door mr. A.J.M. van Gink, mr. A.C. Bosch en mr. B.F.M. Klappe en uitgesproken op 8 februari 2022.