Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 19 mei 2022;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling na aanbrengen;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord in principaal appel tevens inhoudende memorie van grieven in incidenteel appel met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel tevens akte overlegging producties;
- de mondelinge behandeling na antwoord, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd;
6.De beoordeling
NJ1993/547 (
Bussluis)). Deze verplichting is in art. 6:174 leden Pro 1 en 2 BW verwoord als een risicoaansprakelijkheid. Deze aansprakelijkheid dient te worden beoordeeld aan de hand van de maatstaven die zijn ontwikkeld in HR 17 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN6236,
NJ2012/155 (Wilnis), rov. 4.4.3 (vgl. HR 4 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:831,
NJ2014/368 (Reaal/Deventer)).
NJ1966/136 (Kelderluik) en HR 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:47,
NJ2013, 366).
NJ2002/465 (Rook/Staat), rov. 3.3).
NJ2014/368 m.nt. Hartlief).
weggereden” wordt ook door [[S]] expertise geconcludeerd. Ook uit het draagkrachtenonderzoek uitgevoerd door KOAC werd bij de klinkerstrook naast de asfaltverharding plaatselijke vervorming, verzakking en openstaande voegen geconstateerd. Uit het rapport van KOAC blijkt dat de structurele levensduur van het gedeelte van de weg alwaar de woning van [geïntimeerden] zich bevindt 0 jaar betreft en dat een versterkingsmaatregel en de reconstructie van de weg (fundering, asfaltlagen en klinkerconstructie naast de asfaltverharding) noodzakelijk zijn.
sterk geadviseerd de bovenbelasting van de weg te minimaliseren (weren van zwaar verkeer)”en
“de weg te wapenen (geogrids), waarmee de verkeersbelasting eerder ‘in de weg’ dan ‘naar het talud’ blijft en het risico op uitzakken geminimaliseerd wordt”.Het advies van KOAC strekt tot de gehele reconstructie van de weg (inclusief fundering) en de klinkerbestrating. De rapporten van de door [geïntimeerden] ingeschakelde deskundige [[S]] bevestigen het reeds door Fugro en KOAC geconstateerde schademechanisme van het wegdrukken van de weg en klinkerbestrating tegen de gevel van de woning van [geïntimeerden]
in dit geval niet erg ter zake” doet omdat “
de constructie de trillingen van het verkeer zeer goed kan weerstaan,
de ordegrootte van de kans op schade is slechts 5-15%.” Deze stelling van Quattro is niet voldoende onderbouwd. Reeds uit het door Fugro uitgevoerde trillingsonderzoek blijkt immers dat het risico op schade als gevolg van trillingen van de weg niet aanvaardbaar klein is indien de woning van [geïntimeerden] zou worden ingedeeld in categorie 3, omdat dan de grenswaarde van de SBR-richtlijn A voor schade aan gebouwen wordt overgeschreden. Quattro heeft zelf geen trillingsonderzoek uitgevoerd, maar baseert zich op de meetgegevens van Fugro. In haar eerst rapportage van 17 februari 2020 (productie 12 bij memorie van antwoord in incidenteel appel) heeft zij ten aanzien van de metingen van Fugro geconcludeerd dat deze staven wat Quattro in het algemeen ziet bij gelijksoortige trillingsonderzoeken. Nu reeds op grond van het onderzoek van Fugro vaststaat dat met indeling van het huis van [geïntimeerden] in categorie 3 de grenswaarde voor schade aan gebouwen als gevolg van trillingen wordt overschreden en de kans op schade aan de woning van [geïntimeerden] door trillingen van het verkeer onaanvaardbaar wordt vergoot, is de niet door eigen metingen onderbouwde stelling van Quattro – dat de categorisering niet relevant zou zijn – onvoldoende om de bevindingen van Fugro te weerspreken. Dat er slechts sprake zou zijn van een kans van 5 tot 15% op bouwkundige schade als gevolg van trillingen, door Quattro ingeschat als “
zeer klein”, laat verder onverlet dat bij overschrijding van de toepasselijke grenswaarde, sprake is van normschending en van een
niet aanvaardbarekleine kans op schade. Dat uit het onderzoek van Fugro blijkt dat ten aanzien van de fundering de grenswaarde niet is overschreden, zoals Quattro stelt, leidt evenmin tot een ander oordeel. De SBR-richtlijn A kent onweersproken aparte grenswaarden voor gebouwen (ten tijde van de meting door Fugro onderverdeeld in 3 categorieën), die juist ertoe strekken schade aan gebouwen als gevolg van trillingen te voorkomen. In dit geval wordt de toepasselijke grenswaarde overschreden voor zover de woning van [geïntimeerden] is ingedeeld in categorie 3. Dat de kans op schade aan de fundering aanvaardbaar klein is, doet er niets aan af dat in dit geval aannemelijk is dat de kans op schade aan de woning zélf juist niet aanvaardbaar klein is. De conclusie van Quattro dat de constructieve schade niet door de gemeten trillingsintensiteiten van zwaar verkeer kan ontstaan is voorts in tegenspraak met zijn conclusie dat de scheurvorming aan de straatzijde aan de linkerzijgevel enige relatie met verkeersbelasting kan hebben. Door de gemeente is gelet op het voorgaande dan ook onvoldoende weersproken dat de belasting van de woning tijdens zware verkeerspassages de geleden schade (mede) veroorzaakt.