Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 11 mei 2021;
- de memorie van antwoord van 20 juli 2021;
- de akte van [appellant] van 7 juni 2022, waarbij producties 20 t/m 25 in het geding zijn gebracht;
- de mondelinge behandeling van 20 juni 2022, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd.
6.De verdere beoordeling
op voet van artikel 3.65 Wet op de inkomstenbelasting 2001 en de in dat artikel bedoelde nader gestelde voorwaarden, in de vennootschap van de gehele door hem voor eigen rekening onder de naam
Vertical Lightte [vestigingsplaats] , gedreven onderneming, ingeschreven in het handelsregister onder [nummer] , welke inbreng derhalve omvat alle activa van deze onderneming onder de verplichting voor de vennootschap alle passiva van die onderneming voor haar rekening te nemen, zoals deze vermeld zijn op de hierna sub 3.a gemelde inbrengbalans (…).”
Vertical Light Holding BVte [vestigingsplaats] , gedreven onderneming, welke vennootschap zal worden ingeschreven in het handelsregister, welke inbreng derhalve omvat alle activa van deze onderneming onder de verplichting voor de vennootschap alle passiva van die onderneming voor haar rekening te nemen, zoals deze vermeld zijn op de hierna sub 3.a gemelde inbrengbalans (…).”
nietwerd beschouwd als leningnemer. Pas in de jaarrekening over 2016 wordt ineens [appellant] als leningnemer vermeld. [geïntimeerde] heeft niet (onderbouwd) toegelicht wanneer deze jaarrekening is opgesteld, en waarom de identiteit van de leningnemer daarin is veranderd ten opzichte van eerdere jaren. De enkele stelling op de mondelinge behandeling dat zijn accountant het eerder fout had gedaan, overtuigt niet. Dat geldt temeer nu op de jaarrekening van 2016 bovendien, anders dan op die van 2013 en 2015, uitdrukkelijk vermeld is dat daarop geen accountantscontrole is toegepast. De door [geïntimeerde] overgelegde kolommenbalansen over de jaren vanaf 2013 dateren van nog latere datum (18 december 2018), terwijl deze ten aanzien van de lening niet in lijn zijn met de jaarrekeningen over de jaren 2013 en 2015. Het hof hecht daarom meer waarde aan de jaarrekeningen van 2013 en 2015.
€ 3.414,00
€ 6.556,00