[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1972,
thans uit anderen hoofde verblijvende in het Huis van Bewaring te Grave.
Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank het onder feit 1, feit 2 primair, feit 3, feit 4 en feit 5 tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als:
- ‘medeplegen van diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken’ (feit 1),
- ‘poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen’ (feit 2 primair),
- ‘handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapen en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd’ en ‘handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd’ (feit 3),
- handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie’ (feit 4) en
- handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II’ (feit 5),
de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met proeftijd van 3 jaren en met aftrek van de tijd die door de verdachte in voorarrest is doorgebracht. Voorts is door de rechtbank een usb-stick en drie simkaarten verbeurd verklaard.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen, en opnieuw rechtdoende, het (in hoger beroep gewijzigde) onder feit 1, feit 2 primair, feit 3, feit 4 en feit 5 tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte te dien aanzien zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden met aftrek van de tijd die door de verdachte in voorarrest is doorgebracht.
De raadsman van de verdachte heeft zich met betrekking tot het onder feit 3, feit 4 en feit 5 tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van het hof. Ten aanzien van hetgeen onder feit 1 en feit 2 aan de verdachte is tenlastegelegd heeft de raadsman integrale vrijspraak bepleit. Subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd.
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd reeds omdat in hoger beroep de tenlastelegging en aldus de grondslag van het onderzoek is gewijzigd.
Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep, tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 19 mei 2016 te Hoensbroek, in elk geval in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 4050 EURO, in elk geval een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld heeft bestaan uit
- het slaan en/of schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer] en/of
- het (daarbij) op dreigende wijze zeggen: “Ik krijg nog geld van jou. En we kunnen het goedschiks of kwaadschiks”, in elk geval woorden van soortgelijke dreigende aard en strekking;
hij op of omstreeks 19 mei 2016 te Hoensbroek, in elk geval in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van 4050 EURO, in elk geval een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld heeft bestaan uit
- het slaan en/of schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer] en/of
- het (daarbij) op dreigende wijze zeggen: “Ik krijg nog geld van jou. En we kunnen het goedschiks of kwaadschiks”, in elk geval woorden van soortgelijke dreigende aard en strekking;
2.
hij in of omstreeks de periode van 19 mei 2016 tot en met 20 mei 2016 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met een of meer ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen 150.000 EURO, in elk geval een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met dat oogmerk
- die [slachtoffer] tegen diens lichaam heeft geslagen en/of geschopt en/of
- het (daarbij) op dreigende wijze zeggen: "Ik krijg nog geld van jou. En we kunnen het goedschiks of kwaadschiks. Ik moet nog meer geld hebben. Ik krijg nog 150.000 EURO van jou. Jij gaat dat voor me regelen. Morgen voor de middag", in elk geval woorden van soortgelijke dreigende aard en strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij in of omstreeks de periode van 19 mei 2016 tot en met 20 mei 2016 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met een of meer ander(en), althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van 150.000 EURO, in elk geval een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, met dat oogmerk
- die [slachtoffer] tegen diens lichaam heeft geslagen en/of geschopt en/of
- het (daarbij) op dreigende wijze zeggen: “Ik krijg nog geld van jou. En we kunnen het goedschiks of kwaadschiks. Ik moet nog meer geld hebben. Ik krijg nog 150.000 EURO van jou. Jij gaat dat voor me regelen. Morgen voor de middag”, in elk geval woorden van soortgelijke dreigende aard en strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:
hij op of omstreeks 20 mei 2016 te Heerlen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een pakketje, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;
in de strafzaak met parketnummer 03-661112-17
3.
hij op of omstreeks 22 maart 2017 te Vlodrop, in de gemeente Roerdalen, een of meer wapens van categorie III, te weten
- een pistool (merk FN, kaliber 6,35 mm Browning) en/of
- een pistool (merk Bernardelli, kaliber .22 Long Rifle)
en/of munitie van categorie III, te weten
- 6, althans een hoeveelheid, kogelpatronen, kaliber .25 AUTO en/of
- 85, althans een hoeveelheid, kogelpatronen, kaliber .22 Long Rifle en/of
- 2, althans een hoeveelheid, kogelpatronen, kaliber .22 Long en/of
- 3, althans een hoeveelheid, kogelpatronen, kaliber .22 W.M.R. en/of
- 65, althans een hoeveelheid, kogelpatronen, kaliber 6,35 mm Browning en/of
- 1 kogelpatroon, kaliber 7,65 mm Browning en/of munitie van categorie II, te weten
- 10, althans een hoeveelheid, kogelpatronen, kaliber .22 W.M.R. (voorzien van hollowpointkogels) voorhanden heeft gehad;
De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;
hij op of omstreeks 22 maart 2017 te Vlodrop, in de gemeente Roerdalen, een wapen van categorie I onder 3°, te weten een boksbeugel, voorhanden heeft gehad;
De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;
hij op of omstreeks 22 maart 2017 te Vlodrop, gemeente Roerdalen, een wapen van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad.
De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1, feit 2 primair, feit 3, feit 4 en feit 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
1.
hij op 19 mei 2016 te Hoensbroek, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 4050 EURO, toebehorende aan [slachtoffer] , welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld heeft bestaan uit
- het slaan en schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer] en
- het daarbij op dreigende wijze zeggen: “Ik krijg nog geld van jou. En we kunnen het goedschiks of kwaadschiks”, in elk geval woorden van soortgelijke dreigende aard en strekking;
2.
hij in de periode van 19 mei 2016 tot en met 20 mei 2016 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met zijn mededaders, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om met een of meer anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van 150.000 EURO, toebehorende aan die [slachtoffer] , met dat oogmerk
- die [slachtoffer] tegen diens lichaam heeft geslagen en geschopt en
- het daarbij op dreigende wijze zeggen: "Ik krijg nog geld van jou. En we kunnen het goedschiks of kwaadschiks. Ik moet nog meer geld hebben. Ik krijg nog 150.000 EURO van jou. Jij gaat dat voor me regelen. Morgen voor de middag", in elk geval woorden van soortgelijke dreigende aard en strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3.
in de strafzaak met parketnummer 03-661112-17
hij op 22 maart 2017 te Vlodrop, wapens van categorie III, te weten
- een pistool (merk FN, kaliber 6,35 mm Browning) en
- een pistool (merk Bernardelli, kaliber .22 Long Rifle)
en munitie van categorie III, te weten
- 6 kogelpatronen, kaliber .25 AUTO en
- 85 kogelpatronen, kaliber .22 Long Rifle en
- 2 kogelpatronen, kaliber .22 Long en
- 3 kogelpatronen, kaliber .22 W.M.R. en
- 65 kogelpatronen, kaliber 6,35 mm Browning en
- 1 kogelpatroon, kaliber 7,65 mm Browning
en munitie van categorie II, te weten
- 10 kogelpatronen, kaliber .22 W.M.R. (voorzien van hollow point kogels)
4.
in de strafzaak met parketnummer 03-661112-17
hij op 22 maart 2017 te Vlodrop, een wapen van categorie I onder 3°, te weten een boksbeugel, voorhanden heeft gehad;
5.
in de strafzaak met parketnummer 03-661112-17
hij op 22 maart 2017 te Vlodrop, een wapen van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierna aangehaalde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd. Met betrekking tot het onder feit 1 en feit 2 primair tenlastegelegde wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar het eindproces-verbaal van de politie-eenheid Limburg, Districtsrecherche Parkstad, op ambtseed opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , verbalisant van politie, proces-verbaalnummer LB2R016090, gesloten 10 augustus 2017, betreffende het onderzoek ‘Grossulaar’ en bevattende een verzameling op ambtseed dan wel ambtseed opgemaakte processen-verbaal van politie met daarin gerelateerde bijlagen, met doorgenummerde dossierpagina’s 1-303.
Met betrekking tot hetgeen onder feit 3, feit 4 en feit 5 tenlastegelegde wordt – tenzij anders vermeld – steeds verweren naar het eindproces-verbaal van de politie-eenheid Limburg, district Noord- en Midden-Limburg, basisteam Echt, op ambtsbelofte opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2] , brigadier van politie, proces-verbaalnummer PL2300-2017041781, gesloten 15 mei 2017, inhoudende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal met daarin gerelateerde bijlagen, met doorgenummerde dossierpagina’s 1-56.