ECLI:NL:GHSHE:2022:2532

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
11 maart 2022
Publicatiedatum
25 juli 2022
Zaaknummer
20-000828-19
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken grieven en verschijning

In deze strafzaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het hoger beroep van verdachte beoordeeld tegen het vonnis van de rechtbank Limburg. Het hof constateerde dat er geen schriftelijke grieven tegen het vonnis waren ingediend en dat noch de verdachte noch zijn raadsman op de rolzitting verschenen.

De verdediging heeft ook geen bericht gestuurd om afwezigheid te melden of om aan te geven dat zij later alsnog zouden verschijnen. Het hof heeft geen aanleiding gezien om de zaak desalniettemin inhoudelijk te behandelen.

Op grond hiervan heeft het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Dit arrest is gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken en op 11 maart 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van grieven en het niet verschijnen op de terechtzitting.

Uitspraak

Parketnummer : 20-000828-19
Uitspraak : 11 maart 2022
VERSTEK (DNIP)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg van 12 maart 2019, in de strafzaak met parketnummer 03-661211-17 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat het hof het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk zal verklaren.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
De onderhavige strafzaak is aangebracht op een rolzitting van het gerechtshof. De behandeling van de zaak stond gepland op 25 februari 2022 te 11.15 uur. Bij de dagvaarding en bij de kennisgeving die naar het kantoor van de raadsman is verzonden, is een brief bijgevoegd. In die brief wordt een toelichting gegeven over deze rolzitting. Ten aanzien van de periode voorafgaand aan de rolzitting is – onder meer – in de brief opgenomen dat eventuele onderzoekswensen voorafgaand aan de terechtzitting kenbaar kunnen worden gemaakt, alsmede dat wanneer de raadsman of raadsvrouw meent dat zijn of haar aanwezigheid en/of die van de verdachte niet is vereist, de verdediging wordt verzocht het hof daarover te informeren. Voorts is in de brief opgenomen dat – tijdens de rolzitting – het hof kan vaststellen dat er geen schriftuur houdende grieven is ingediend en indien in dat geval de verdediging niet op de rolzitting verschijnt, en derhalve ook geen
mondelinge toelichting van de bezwaren tegen het vonnis volgt, het hof daaraan de consequentie van niet-ontvankelijkverklaring in het hoger beroep kan verbinden.
Het hof heeft in dossier geen schriftuur houdende grieven aangetroffen. Evenmin heeft het hof een bericht van de zijde van de verdediging ontvangen waaruit (impliciet) zou kunnen worden afgeleid wat de bezwaren tegen het vonnis zijn. Ter terechtzitting in hoger beroep zijn de verdachte en de raadsman niet verschenen. Het hof heeft van de raadsman of van zijn kantoor geen bericht ontvangen waaruit blijkt dat de raadsman is verhinderd om ter terechtzitting aanwezig te zijn. Evenmin heeft het hof bericht ontvangen dat de raadsman en/of de verdachte in de onderhavige zaak later nog ter terechtzitting aanwezig zou(den) zijn.
Nu de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch mondeling bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven of een raadsman heeft gemachtigd dat namens hem te doen en het hof niet van oordeel is dat de strafzaak desalniettemin onderzocht dient te worden, is het hof van oordeel dat het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gewezen door:
mr. B. Stapert, voorzitter,
mr. W.E.C.A. Valkenburg en mr. C.A. van Roosmalen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. T.H.J. Menting en N. Bounjoua, griffiers,
en op 11 maart 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
N. Bounjoua is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.