Belanghebbende, gebruiker en exploitant van een 3-sterren hotel, betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van €1.072.000 per 1 januari 2017. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld via de huurwaardekapitalisatie-methode met een kapitalisatiefactor van 8,0 en een vloeroppervlakte van 2.170 m2.
Tijdens de bezwaarprocedure werd een (her)taxatie uitgevoerd volgens de omzetmethodiek uit de Taxatiewijzer hotels, waarbij zowel normcijfers als exploitatiecijfers van belanghebbende werden gebruikt. Deze berekeningen leidden tot aanzienlijk hogere waarderingen dan de vastgestelde WOZ-waarde. Belanghebbende voerde aan dat de coronapandemie en de financiële situatie van het concern niet waren meegenomen in de waardering.
Het hof oordeelde dat de coronapandemie geen invloed kon hebben op de waardebepaling per 1 januari 2017, omdat deze situatie zich toen nog niet voordeed. Ook de financiële situatie van belanghebbende was niet relevant voor de waardebepaling. De heffingsambtenaar had voldoende aannemelijk gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog was. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.